Blijde Boodschap ?!

Vandaag vier ik eucharistie met de Spaanssprekende gemeenschap van Antwerpen. Dit is de (Nederlaandstalige versie) van mijn homilie.

27ste zondag A
Jesaja 5, 1-7;  Fil 4, 6-9; Mt 21, 33-43


Het is de goede gewoonte om de lezing van het Evangelie te besluiten met het zinnetje: “Dit is de Blijde Boodschap voor ons vandaag.” Als het gaat over een wonderverhaal, of een onderricht van Jezus over het gebed of over de liefde van God, dan is het doorgaans niet zo moeilijk voor de voorganger om dit ritueel slotzinnetje recht aan te doen in zijn homilie.  De gelijkenis  van de misdadige wijnbouwers die we vandaag hoorden, en ook het lied van de wijngaardenier van de eerste lezing uit Jesaja, bieden echter nogal wat weerstand om ze uit te leggen als goed nieuws. Ze illustreren op pijnlijke wijze de ontrouw van Israël aan het verbond. Er lijkt geen einde aan te komen: egoïsme, oneerlijkheid, kortzichtigheid, gratuit geweld, gemakzucht, hebzucht … . Het gaat alleen maar van kwaad naar erger te gaan. En, we weten het goed genoeg, wat geldt voor Israël, geldt net zo goed voor ons, de kinderen van het Nieuwe Verbond.
Is het niet steriel om zo brutaal te worden geconfronteerd met onze zondigheid en onze gebrokenheid? Wat moeten we hiermee?

De laatste zin van de evangelielezing creëert, onrechtstreeks, een opening:
Daarom zeg Ik u: Het Rijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt.” 

Jezus heeft het hier over het Rijk van God, maw over leven in verbondenheid met God, leven in zijn aanwezigheid: het echte leven, leven ten volle, leven vanuit hoop, geloof en liefde. Welnu, Jezus stelt heel uitdrukkelijk dat het toch mogelijk is om op die manier te leven. Het is wel degelijk mogelijk om de vruchten van het Rijk van God op te brengen en te proeven. Leven vanuit Gods liefde is geen onbereikbare droom voor de gewone, zondige mensen die wij zijn. Alleen, dat leven met God is niet zo maar een recht, iets dat God ons verschuldigd zou zijn. Het is  nooit een verworvenheid die je zou kunnen afdwingen, iets dat je zou kunnen bezitten eens en voor altijd. Je kan het verliezen. Het is niet omdat je getrouwd bent, dat je ervan verzekerd bent dat je huwelijksliefde een leven lang zal groeien en bloeien. Het is niet omdat je de priesterwijding ontvangen hebt dat je verzekerd bent om steeds dicht bij God te zijn. Het is niet omdat je gedoopt bent in de naam van de Vader en de Zoon en H. Geest , dat je verzekerd bent steeds te leven vanuit de liefde van de Drieëne God. We weten dit allemaal. En toch springen we hier vaak nalatig mee om.
Hoe groot de genade ook is die ons wordt aangeboden, onze persoonlijke verantwoordelijkheid en dus ons handelen is een noodzakelijke aanvulling bij het aanbod dat God ons doet. God vraagt niet liever om ons te overladen met zijn zorg en liefde. Maar de Heer kan en wil ons niet redden tegen onze vrije wil in. We moeten eraan aan meewerken. Een huwelijk kan maar een weg zijn naar authentiek leven en beminnen als de beide echtgenoten bereid zijn om blijvend aan hun relatie te werken.  Godgewijd leven kan maar vervullend zijn als je dag in dag uit bewust werkt aan je verbondenheid met de Heer.  Een christelijke gemeenschap zoals deze, kan maar echt een warme en ontvankelijke gemeenschap zijn als mensen er voor kiezen om erin te investeren.

 God en mens zijn bondgenoten. We hebben mekaar nodig om binnen te gaan in het Rijk van God en, eens binnen, om er ook te blijven. Neen, de teksten van vandaag zijn niet geschreven om ons te ontmoedigen. Het zijn wel onverbloemde aansporingen om wakker te blijven en om, samen met God, te werken aan zijn Rijk.

Reacties