Hopen, tot drie maal toe


Onderstaande overweging verschijnt vandaag op www.gewijderuimte.org.

De drijfkracht van de Advent is de hoop. Als er niets zou zijn om hoopvol naar uit te kijken, dan zou die periode geen bestaansrecht hebben. Vanaf het allereerste begin was er de levende hoop die uitkeek naar de geboorte van een kind dat de wereld rechtvaardigheid en vrede zou brengen en de kloof tussen God en mensen zou dichten. Maar die gedurfde, grootse hoop wordt ingevuld door bescheidener belevingen van hoop, onze dagdagelijkse hoop. En die hoop kan ons als mensen vormen.

Een bepaalde beleving van hoop zal onze relaties een eigen vorm en inhoud geven. De jonge Jezus groeide op tot een man die barmhartigheid en edelmoedigheid belichaamde. Een leven, door hoop gedragen, ziet het goede in de anderen, verdraagt hun tekortkomingen, en blijft hen hardnekkig zien zoals zij op hun best zijn.

Een andere beleving van hoop zal ons werk vorm en inhoud geven. De beloofde Messias verkondigde Gods koninkrijk van rechtvaardigheid  en genade. Het heeft geen belang wat onze job of sociale positie is. Als een hoopvol volk blijven we eerlijkheid en integriteit als onze doelstellingen zien, zowel op korte als op lange termijn. We zorgen ervoor dat ons werk het algemeen welzijn dient.

En weer een andere beleving van hoop zal ons karakter vorm en inhoud  geven. Jezus was een lichtend voorbeeld hoe hoop innerlijke vrijheid voortbrengt. Als je hoopvol leeft, dan kun je standhouden als gevoelens van angst, hebzucht, willoosheid of woede bij je opkomen.

Waar en wanneer kan men zien dat jij een hoopvol leven leidt? Waar en wanneer verflauwde je hoop?


Vinita Hampton Wright

Reacties