Kerst ontdekken met 8-stemmig koor van heel aparte zangers


Hieronder vindt u mijn homilie voor Kerstdag 2014

Jesaja 52,7-10           Hebreeën 1,1-6           Johannes 1,1-18

Enkele jaren geleden vierde ik kerstmis met Ezekiel, Nelson, Jorge, Gabriel en nog enkele anderen. We zaten met acht mannen op een heuvel rond een geïmproviseerd altaartje.  Onder de eucalyptusbomen, om ons te beschermen tegen de brandende Chileense zon. De liederen werden gezongen in acht stemmen. Niet polyfonisch. Dat lag niet binnen de mogelijkheden van gewezen drugsverslaafden met gebroken stemmen. De meeste bewoners van het centrum waren naar hun familie. Enkelen waren er niet welkom. Het moet gezegd, die jongens waren niet meteen koorknapen. Ze hadden ongeveer alle misdrijven begaan die in het strafwetboek vermeld staan. Die eucharistie, ver van de gezelligheid van het Vlaamse thuisfront, was misschien de meest beklijvende kerst die ik ooit vierde. Veel gebrokenheid, eenzaamheid en pijn. Maar nog meer hoop, verlangen en dankbaarheid.

Wat vierden wij daar eigenlijk? Wat vieren wij hier, vandaag?

Er is iets vreemd in de evangelies. Die vertellen namelijk op heel verschillende wijze over de oorsprong en de geboorte van Jezus. Marcus, het oudste evangelie, zegt er niets over. Blijkbaar werd die vraag in de allereerste christengemeenschappen nog niet gesteld. Matteüs en Lucas die wat later komen, staan reeds verder in de reflectie. Ze geven allerhande details over de zwangerschap van Maria en over de geboorte van Jezus. Johannes schrijft  zijn evangelie als laatste. In zijn nadenken over de oorsprong van Jezus gaat hij veel verder terug dan Lucas en Matteüs. Feitelijke details geeft hij nauwelijks. Wel een fundamentele overweging over het heilsplan van God voor de mens. Meer in het bijzonder over de preëxistentie: het bestaan van Jezus, het Woord, de tweede persoon van de Drieëenheid, vóór de menswording: In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

Reeds vóór er ook maar sprake was van de mens bestond het Woord reeds. De schepping, ons bestaan, zo leert Johannes ons, is niet het gevolg van een gril van God. “Wat voor leuks zou ik nu eens kunnen doen”. Neen, het behoort tot het wezen zelf van God dat Hij zijn bestaan wil delen. Helemaal. Dat Hij het duister van het niets tot leven wil brengen.

Maar, zo leert Johannes ons eveneens tot drie maal toe, de duisternis nam het licht niet aan. Of nog, de wereld erkende Hem niet. Johannes windt er geen doekjes om.  Het onthaal van Jezus in de wereld is problematisch. De liefde stoot op weerstand. Van bij het begin. We weten het maar al te goed uit onze eigen ervaring. Johannes waagt zich niet aan een uitleg. Hij stelt gewoon vast. Lucas schreef dat er voor Jozef, Maria en Jezus geen plaats was in de herberg. De denker Johannes trekt dit open naar een fundamenteel niveau. Als mensen zijn wij gemaakt om te leven in het licht van de liefde.  Tegelijkertijd hebben wij een weerzin tegen datzelfde licht van de liefde.

Kerstmis is duidelijk geen sprookje. Het is een realistisch verhaal dat onze ruige, mysterieuze mensenwerkelijkheid recht doet. Maar het is nog méér een goddelijk verhaal van zelfvergeten mildheid en grootmoedigheid. Niettegenstaande de weigering van de mensen, komt het Licht steeds weer in onze duisternis en blíjft het daar schijnen. Wat er ook gebeurt.  Gods liefde voor ons is geen beloning. Ze is niet verdiend. Ze is onvoorwaardelijk en altijd.

Misschien is het daarom dat het kerstfeest ons zo dierbaar is. Het raakt onze diepste kern. Het mooiste in ons én de schaduwkant. Of je nu een Chileense drugsverslaafde bent of een regelmatige kerkganger van de Krijtberg. De kwetsbare onschuld van het kerstekind roept onze eigen kwetsbare onschuld op, onze diepste hoop en onze mooiste verlangens.

Beste broeders en zusters, in de eerste lezing hoorden we Jesaja profeteren: “Hoe liefelijk op de bergen de voeten van de vreugdebode die vrede meldt, goed nieuws verkondigt, die heil komt melden”. Laten we de Vreugdebode van harte ontvangen. Laten we ons hart openen voor zijn licht en voor zijn warmte. Laten we de moed hebben om te geloven dat Hij onze gebrokenheid kan herstellen. Dat het Kind ons bij de hand neemt om ons helemaal kinderen van God te  laten worden.


Zalig Kerstfeest!

Reacties

Anoniem zei…
Dank Nicolaas, voor het doorgeven van deze inspirerende woorden. Ik lees je homilie nu pas, maar mediteren over het licht dat in de wereld kwam is niet gebonden aan de kerstdagen alleen. Hartelijke groet, en alle goeds voor 2015! Renée