Liefde kan overstromen


Onze digitale 40-dagenretraite nadert het hoogtepunt. Onderstaande tekst geeft het thema aan voor de gebedsteksten van de Goede Week. Inschrijven voor onze 40-dagenretraite kan nog. Klik hier.


Liefde die kan overstromen naar onze medemens

Als Jezus gevraagd wordt naar het grootste gebod, antwoordt Hij onmiddellijk: de liefde. En wel: de liefde tot God, en –even belangrijk- de liefde tot de medemens (Mt. 22, 37-39). Dat tweede noemt Hij :”heb je naaste lief als jezelf” . Die woorden ontleent Hij aan het Oude Testament (Lev. 19, 18). Maar op de laatste avond van zijn leven, na de voetwassing, drukt Hij die liefde tot de medemens anders uit: “zoals Ik jullie heb liefgehad. Zo moeten jullie elkaar liefhebben” (Joh. 13, 34)

We hoeven niet lang na te denken om te beseffen dat we die nieuwe opdracht op eigen kracht niet kunnen volbrengen. Dat weet Jezus ook heel goed. Hij moet het doen in ons. Wij moeten ons laten volstromen met zijn liefde, zodat die kan overstromen naar onze medemens.

Trouwens, als Paulus de liefde beschrijft (1 Kor. 13, 4-7) dan doet hij eigenlijk niets anders dan een portret van Jezus tekenen. Daar heb je de liefde ten voeten uit, in levenden lijve. En dat is dan overduidelijk een liefde die niet iets geeft, ook niet een liefde die veel geeft, maar een liefde die zichzelf geeft.

Jezus heeft dat zijn leven lang gedaan, en bij zijn afscheid vat Hij het nog eens heel uitdrukkelijk samen bij het laatste avondmaal, het joodse pesachmaal. “Ik heb er hevig naar verlangd, dit pesachmaal met jullie te eten….”zo begint Hij die maaltijd (Lc 22, 15). In dat maal gaat Hij dan zichzelf geven in de gedaante van brood en wijn: dit is mijn lichaam; dit is mijn bloed; dit ben ik. En Hij is er zich heel goed van bewust, dat hier werkelijk zijn leven op het spel staat. Inderdaad, de volgende dag reeds zal Hij gegeseld en gekruisigd worden en zo een gruwelijke dood sterven. Liefde die zichzelf geeft!

Niet zo drastisch en brutaal, maar toch heel reëel, moet iedere christen zichzelf geven om werkelijk te beminnen. Alleen al om de ander echt wẚẚr te nemen, – in zijn of haar waarheid te nemen-, moet ik mijn vooroordelen, projecties en eigenbaat prijs geven. Ik kan die ander niet in een beeld vangen en vastleggen, want dan leef ik aan de werkelijkheid van de ander voorbij. En ook dat betekent dat ik steeds weer moet loslaten, moet geven, om waarachtig te beminnen. Dat heeft Jezus ons voorgeleefd.


God is liefde. Liefde die naar ons toestroomt in een nooit ophoudende vloed, die ons vult tot aan de rand en die dan overstroomt van ons uit naar de ander toe. Liefde die we ontvangen en geven.

Reacties

Anoniem zei…
Ik wil me laten vullen met Zijn Liefde, bewust en vanuit Hem, samen naar anderen te gaan.