Over een dove die goed kan luisteren


Hieronder vind je mijn homilie voor deze zondag. 

23ste ZONDAG DOOR HET JAAR - Jaar B
Jesaja 35,4-7a             Jacobus 2,1-5              Marcus 7,31-37

Deze zomer nam ik, samen met de andere jezuïeten van dit huis, deel aan een grote internationale bijeenkomst van jezuïeten: samen bidden, vergaderen,  en werken. Een soort happening waar ik mee vertrouwd ben. Wat ongewoon voor mij was dat er vooraan in de vergaderzaal of in de kapel er  twee tolken zaten. Die maakten druk alle mogelijke bewegingen met hun handen en hun gelaat. Inderdaad, een van de aanwezige Britse jezuïeten, Paul, was doof geboren. Hoewel hij als peuter zichzelf geleerd had om lip te lezen, was die simultaan vertaling toch best zinvol voor hem. Ik moest opkijken toen de Britse medebroeders mij vertelden welke de zending is van Paul: hij is studentenpastor in Londen. Hij kan namelijk uitzonderlijk goed luisteren. Omdat hij zo goed als geen geluid hoort en heel aandachtig de lippen leest, is hij in het gesprek volledig geconcentreerd op wat de persoon voor hem vertelt. Conclusie: zo doof als hij is, Paul is een expert in luisteren.

Marcus verhaalde ons zonet een ontmoeting tussen Jezus en een dove man. De uitkomst is dat de man normaal kan horen en spreken. Wat doet Jezus om dit mogelijk te maken? Twee dingen. Ten eerste neemt Jezus de man terzijde en raakt hem meerdere malen aan. Hij treedt, maw, in relatie met hem. Vervolgens zegt Jezus hem: Effeta: een Aramese werkwoordvorm die letterlijk betekent: “wees open”. Het is een van de weinige uitdrukkingen in de evangelies waarvan de exegeten aannemen dat ze behoren tot de ipsissima verba: de woorden die Jezus letterlijk, en wel in die taal, heeft uitgesproken. De dove kan opnieuw horen en spreken, doordat hij in relatie treedt met Jezus en door zich te openen.

Zou het kunnen dat beide aspecten raken aan de kern van wat christen zijn betekent? De wijze van leven waartoe Jezus mensen uitnodigt is er een van openheid en dus van relatie. Het christendom is niet in de eerste plaats een leer. In tegenstelling tot het Jodendom en de Islam zijn wij geen godsdienst van het boek waarin je eens en voorgoed de definitieve waarheid  kan lezen. Christen zijn is in de eerste plaats in relatie treden met Jezus. Elke dag opnieuw. Net zoals God, de drieëne God, zelf  - an sich - ook relatie is. Christen zijn is een dynamisch, bewegend gebeuren.

Dit betekent niet dat de christelijke openbaring niet definitief zou zijn. Aan de inhoud van de Bijbel kan niet geraakt worden. En de katholieke traditie, in het bijzonder die van de primitieve Kerk, heeft een uniek gezag. Tegelijkertijd dienen beide voortdurend geïnterpreteerd te worden en vertaald naar de concrete situaties: vertrekkend van die relatie met de levende Heer en in voortdurende openheid. Vanuit het geloof dat Bijbel en Traditie ons nog veel meer te leren hebben dan wij op dit ogenblik reeds denken te weten. Dan pas wordt het mogelijk om echt te luisteren en, zoals Jezus, om te spreken, met gezag.

ð Luisteren naar de Bijbel en naar de traditie. In openheid. Om ons te laten inspireren in onze dagdagelijkse beslissingen. En om ons te laten bevragen, ook in onze zekerheden.

ð Luisteren binnen de Kerk. In openheid.  Niet om de ander te overtuigen van het eigen grote gelijk. Niet in functie van voor of tegen, wit of zwart. Wel om te onderscheiden. Om er achter te komen wat de Geest ons vandaag vraagt en wat Hij met zijn Kerk voorheeft.

ð Luisteren naar elkaar en naar de ruimere samenleving en wereld: in openheid. Ook naar de nieuwe, soms dringende vragen die de wereld ons stelt. Denk maar aan de enorme vluchtelingenstroom die op gang gekomen is en waarvoor de gebruikelijke antwoorden niet meer volstaan.


Het wonderverhaal dat we vandaag hoorden is ten volle Blijde Boodschap. Het toont ons dat de nabijheid bij de Heer ons leert luisteren, zonder angst. Dat echte luisterbereidheid mogelijk maakt dat je antwoorden krijgt. Ook op onverwachte vragen.

Reacties