Tegenkanting en mislukking (4/5): de onbekende factor


Mensen weten meestal niet op voorhand tot welke edelmoedigheid zij in staat kunnen/zullen zijn, wanneer door een of andere omstandigheid, op die edelmoedigheid concreet beroep wordt gedaan. Denken wij aan wat ouders soms over hebben voor een ziek of gehandicapt kind; of gehuwden voor elkaar, wanneer zij in 'de kwade dagen' belanden.

Ook Jezus wist bij de aanvang niet waar de trouw aan zijn keuze Hem zou brengen. Hij is maar geleidelijk aan tot dat besef gekomen. Hij heeft zichzelf en zijn leerlingen daar ook innerlijk op moeten op voorbereiden. De edelmoedigheid daartoe behoort zomaar niet a priori tot mijn persoonlijke uitrusting.


Het is een gave die mij 'te gepaster tijd' geschonken wordt. Zij wordt mij geschonken door de vragende blik van de andere, wanneer die beroep op mij doet, en ik mij niet voor hem sluit. Die blik maakt mij innerlijk ook vrij voor het antwoord. 

Dieper, en voor een inzet die ik, boven het occasionele uit, boven het nu en dan, tot levenskeuze maak, wordt mij die edelmoedigheid geschonken wanneer ik mijn ogen richt op de vragende blik van Hem die op het kruis uitriep : "Ik heb dorst !" Die man die tot het uiterste ging in het geven van zichzelf blijft mij oproepen om, in de mate van mijn mogelijkheden, hetzelfde te doen, en Hij zal mij, zo ik het echt verlang, daar ook de kracht toe geven.

Een anonieme jezuïet

Reacties