Het vaak vergeten eerste deel van de biecht (Hoe biechten? 2/3)

Kardinaal Carlo Maria Martini sj was aartsbisschop van Milaan. Hij was een vermaard exegeet en spirituele meester met een grote pastorale bekommernis en ervaring. In onderstaande tekst geeft hij enkele waardevolle tips over “Hoe biechten?”. Vermits de tekst tamelijk lang is, heb ik hem opgedeeld in drie stukken.


HOE BIECHTEN?

SUGGESTIES VAN KARDINAAL CARLO MARIA MARTINI SJ

Je plaatsen voor Gods barmhartigheid
Naar mijn mening omvat deze dialoog in essentie twee onderdelen: het eerste noem ik confessio laudis, dat wil zeggen belijdenis in de oorspronkelijke term van het woord. Ook hier kan men uitgaan van een paradox: als het elke keer zo moeilijk is om mijn zonden uit te spreken, waarom dan niet beginnen met mijn goede daden? De heilige Ignatius zelf doet deze suggestie in zijn Geestelijke Oefeningen (GO 43) wanneer hij als eerste punt de dankzegging neemt: Heer, ik wil U in de eerste plaats bedanken omdat U mij geholpen hebt, dat en dat is gebeurd, die en die persoon en ik zijn nader tot elkaar gekomen, ik voel me rustiger, ik ben een moeilijk moment te boven gekomen, ik bid de laatste tijd beter. Ik kan God danken om wat ik ben, voor zijn gaven enzovoorts in de vorm van een gesprek of een lofprijzing. Ik kan erkennen, voor God, wat me nu vreugde geeft, waar ik nu tevreden over ben, ook al is die tevredenheid pas achteraf gekomen. Het is belangrijk dat deze dingen naar boven komen terwijl je voor God komt: dankbaarheid voor Zijn goedheid voor ons, voor Zijn macht, voor Zijn erbarmen.

Dan gaan we over naar het tweede deel, een confessio vitae – ik omschrijf deze als volgt: veel meer dan een zoeken naar een opsomming van zonden, is het God zeggen wat me nu slecht op mijn gemak stelt en waar ik liever vanaf zou willen zijn. Vaak betreft het hier bepaalde houdingen, manieren van zijn en niet zo zeer wat je formeel zonden zou kunnen noemen. In de aard van de zaak gaat het echter om de twaalf houdingen die Marcus (7,21) opnoemt: trots, jaloezie, begeerte … die in deze gemoedstoestanden de kop op steken.

Ik zou ook tegen God kunnen zeggen: Het spijt me dat ik niet oprecht kan praten met die en die persoon, mijn verhouding met die en die groep is niet eerlijk, ik weet niet waar ik moet beginnen. Ik vind het jammer dat ik er niet in slaag te bidden, ik voel me ongemakkelijk omdat ik zo onder invloed van bepaalde zinnelijke gevoelens leef, van die verlangens die ik liever niet zou hebben, van bepaalde fantasmes die me in verwarring brengen. Misschien kan ik geen bijzondere zonden noemen, maar stel ik me op voor God en vraag Hem mij te genezen.

Het gaat er dus niet om drie of vier zonden op tafel te leggen zodat die kunnen worden weggepoetst, maar om een soort onderdompeling in de Heilige Geest zoals die plaatsvond bij de doop: Heer, maak me rein, geef me duidelijkheid, zorg dat ik helder zie. Ik vraag niet alleen in deze confessio dat die of die zonde geannuleerd wordt, maar dat Hij mijn hart verandert zodat daar minder zwaarte, minder droefheid, minder scepticisme, minder trots is. Misschien weet ik niet eens waar te beginnen, maar leg ik dat alles voor aan de Gekruisigde en Verrezene.




Reacties