Wat ik leerde van bejaarde kardinaal met transistor in de hand






Hieronder mijn homilie voor deze zondag

ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN
Hand. 1, 12 – 14             1 Petr. 4, 13 – 16       Joh. 17, 1 - 11a

Aan zijn rechterhand droeg hij een indrukwekkende ring. Met zijn linkerhand hield hij een transistor vast. Zodra hij sprak, zette hij die aan. Om de afluisterapparatuur te verstoren, fluisterde hij. František Tomášek was de kardinaal aartsbisschop van Praag. Hij was net 90.

In het voorjaar ‘89 was ik met Kerk in nood op rondreis in het Oostblok, kort voor de val van het ijzeren gordijn. We gingen naar Tsjechoslovakije. Daar heerste toen een echte kerkvervolging. In Olomouc bezochten we een concentratieklooster. 200 oudere zusters hadden er permanent huisarrest. In Bratislawa zagen we Jan Korec sj, een ondergrondse jezuïetenbisschop. Het meest indrukwekkend was echter de ontmoeting met kardinaal Tomášek .

Waar we het over hadden weet ik niet meer. Wel dat we Tomášek vroegen om een boodschap voor het thuisfront. Hij moest niet lang nadenken.

Wie zich inzet voor Christus doet veel
Wie bidt voor Christus doet meer
Wie lijdt voor Christus doet alles

Ik was onder de indruk van deze geestelijke aalmoes . Hij kwam uit de mond van een oude man die de verpersoonlijking was van een zwaar verdrukte Kerk. Lange jaren had hij in de gevangenis gezeten.

Begrijpen deed ik die woorden van Tomášek niet. Ze leken me nogal doloristisch. Ik herinnerde me een seminarie filosofie aan de universiteit over De Antichrist van Nietzsche. Hij verweet christenen een ongezonde houding ten aanzien van het lijden. De kritiek van Nietzsche was  niet helemaal ten onrechte. Meerdere stromingen in het christendom zijn daar de voorbije eeuwen op vastgelopen. Ook vandaag gebeurt dat nog.

De lezingen van vandaag bieden leessleutels om dat lijden omwille van Christus beter te snappen.
De tweede brief van Petrus windt er geen doekjes om: wees des te meer verheugd naarmate jullie meer deel hebben aan het lijden van Christus. Hebben we dit goed gelezen? Worden we hier uitgenodigd om voortaan blij te zijn als we lijden?  Is een goede christen een droeve christen? Neen. Dat staat er niet. Wel dat deel hebben aan het lijden van Christus een bron van vreugde kan zijn. Petrus heeft het niet zomaar over lijden. Wel over lijden dat verband houdt met  de persoon van Jezus. Hoe kan het deelhebben aan het lijden van Jezus bron zijn van grote vreugde?

De evangelielezing uit Johannes helpt ons verder. Jezus zegt er dat het uur van de verheerlijking gekomen is. De verheerlijking, in het jargon van Johannes, verwijst naar de openbaring van Gods liefde. In de theologie van Johannes bereikt deze openbaring haar hoogtepunt in de oprichting van het kruis: Jezus die bemint tot in de waanzin van het kruis;  Jezus die blíjft liefhebben, ook als Hij op de meest brutale wijze wordt geconfronteerd met kwaad en lijden. De gekruisigde Jezus openbaart dat Gods liefde krachtiger is dan de zonde van de mensen. Niets kan de goddelijke liefde van Jezus tegenhouden of kapot maken. Zijn liefde is zo groot dat zij onze zonde niet alleen verdraagt maar zelfs wegbrandt. Daarom noemen we Jezus de Verlosser. Hij is het Lam van God dat, door zijn liefde, de zonden van de wereld wégneemt.

In het kasteel waar de heilige Franciscus Xaverius geboren is, hangt een beeld van de stervende Jezus met een glimlach op de lippen. De liefde die de stervende Jezus ontvangt van de Vader is zo groot dat Hij diepe vreugde ervaart, ook al lijdt Hij verschrikkelijk.

Johannes gaat echter nog verder. Hij leert ons dat ook wij ons steentje kunnen bijdragen aan die verheerlijking. Ook onze liefde kan een bijdrage zijn aan het verlossingswerk van Jezus: als wij blijven liefde geven aan de puber die zich onmogelijk gedraagt; als we ervoor kiezen om toch weer liefdevol om te gaan met man, vrouw, broeder of zus  die zich onmogelijk gedragen; als wij vriend, buur of collega enz. een nieuwe kans geven eerder dan lik op stuk te geven. Uit ervaring weten we dat dit pijn kan doen. Ook dat het, tegelijkertijd, op een dieper niveau, vreugde geeft. De vreugde die ook Jezus voelde als zijn liefde afgewezen werd en Hij, niettegenstaande de pijn, toch bleef beminnen.

De liefde van Jezus heeft het kwaad overwonnen, niet uitgeroeid. De zonde bestaat nog steeds en blijft schade berokkenen. Belangeloos beminnen, niettegenstaande alles, is de bijdrage die wij vandaag kunnen leveren om de schade die de zonde berokkent in te perken. De vreugde van Jezus is en blijft sterker dan het lijden. Ook in ons leven. Zij maakt ons tot mooie mensen. Zoals die oude kardinaal František Tomášek.

Reacties

Ineke zei…
Dank voor het delen van deze herinnering.