De moed om te aanvaarden dat men aanvaard is (1/6)



30 jaar geleden las ik voor het eerst de tekst “De moed om te aanvaarden dat men aanvaard is” van Piet van Breemen sj (uit “Als brood dat wordt gebroken”, Lannoo, 1977). Hij grifte zich meteen in mijn geheugen. Enkele uittreksels. (1/6)

Een van de diepste vragen van het mensenhart is de vraag naar waardering. Iedere mens wil gewaardeerd worden. Dit betekent niet dat iedereen van anderen wil horen hoe goed hij wel is. Ongetwijfeld is dat verlangen er ook, maar dat is niet het diepste. We zouden kunnen zeggen, dat iedere mens verlangt bemind te worden. Maar dat is ook dubbelzinnig.

Er zijn zoveel soorten liefde als er soorten bloemen zijn. Voor sommige mensen is liefde iets hartstochtelijks; voor anderen is het iets romantisch; voor weer anderen is liefde iets louters seksueels. Er is echter ook een diepere liefde, de liefde van de aanvaarding. Iedere mens hunkert er naar aanvaard te worden, aanvaard zoals hij is. Niets in een mensenleven is van zulke langdurige en noodlottige uitwerking als de ervaring niet volledig aanvaard te zijn.

Reacties

Meest gelezen

Katholieke handleiding voor omgang met geweld

Waarom ik de oortjes van Jozef niet gezalfd heb

Één God die drie en één is: wat wil dat zeggen?

Hoe kan je weten of je houdt van God?