Hoe stage in "Levensvreugde" mij diepere betekenis van de Advent deed ontdekken


Hieronder vind je mijn homilie voor deze zondag.


Vierde zondag van de advent C

Micha 5,1-4a              Hebreeën 10,5-10                  Lucas 1,39-45

Tijdens mijn eerste advent als jonge jezuïet in opleiding liep ik stage bij pater Jef Van den Broeck, een klein, graatmager mannetje. Je kon hem met één zucht omver blazen. De hongersnood van de tweede wereldoorlog had Jef een long gekost. Als hij in het publiek het woord nam verloor hij na gemiddeld twee zinnen de draad van zijn betoog. En als hij voorging in de eucharistie dan wist je wel hoe het begon, maar was je nooit helemaal zeker hoe het zou eindigen.  Wat kan je me zo iemand aanvangen, zou een mens denken.

In de stad Aalst, waar deze jezuïet zijn hele leven doorbracht, was de pater nochtans een beroemdheid. Hij had een heus dorp uit de grond gestampt waar tot op vandaag honderden mensen met een mentale beperking leven en werken. Jarenlang stond Jef elke nacht meermaals op om pilletjes te geven of luiers te verversen. Hij werd op handen gedragen door de bewoners, de werknemers en de familieleden. Zo kwetsbaar en verward als hij kon overkomen, zo mateloos waren zijn passie en energie. Pater Van den Broeck had vuur in zijn ogen, hart en handen en ook in zijn pen waar honderden aangrijpende gedichten uit vloeiden.

Hoe kan dit? Hoe kunnen kleinheid en grootheid zo hand in hand gaan? Laten we te rade gaan bij de lezingen van deze vierde adventszondag.

In Micha lazen we een van de grote messiaanse profetieën.  De redder van de mensheid zal geboren worden in Bethlehem – het kleinste onder Juda’s geslachten. Zijn moeder is een meisje dat getrouwd is met een eenvoudige timmerman. Het kind zal ter wereld komen in miserabele omstandigheden. Het zal opgroeien in Nazareth, een piepklein dorp in Galilea, waar rechtgeaarde Joden minachtend op neerkijken. Heel Israël was trouwens maar een klein landje van herders en boeren, bezet door de Romeinen. Allemaal wel heel gewoontjes voor de geboorteplaats van de zoon van God. Of moeten we net zeggen hoopvol. Als wij ons nu in de advent voorbereiden op Gods komst, hoeven we niet te zoeken naar grootse of schreeuwerige gebeurtenissen. God komt naar ons toe in het kleine en onbenullige. God komt naar gewone mensen die een gewoon leven leiden. Mensen zoals wij.

In de brief aan de Hebreeën geeft Jezus ons een tweede leessleutel. Hij zegt er: Hier ben ik … Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen. Eigenlijk verklaart Jezus hier in één zin de paradox van de hele christelijke openbaring. Jezus is de mens die zo volledig open staat voor God dat hij God zelf is. Jezus is dermate gehoorzaam aan Gods Geest dat zijn wil en die van de Vader samenvallen. Hij streeft er niet naar om zichzelf te bewijzen. Wel om in onze wereld God God te laten zijn, op de wijze die God zelf verlangt. Die nederigheid verklaart dat de grootheid van God in Hem helemaal kan zichtbaar worden. Advent, met andere woorden, nodigt ons uit om te groeien in gehoorzaamheid: om meer en beter te luisteren naar wat Gód van ons vraagt en dat, zoals Jezus, gewoon ook te doen. En als God in een mensenleven binnen mag komen, dat weten we, dan kunnen er wonderen gebeuren.

Maar hoe en waar wil God in een mensenleven binnenkomen? Hoe kunnen we dat te weten komen? Daar leert evangelielezing van vandaag ons iets over. We horen er het verhaal van de ontmoeting tussen Maria en Elisabeth. Het is een verhaal van vreugde en jubel: de vreugde van twee mensen die doen wat God van hen vraagt.  De overgave aan God, het dichter komen bij de Heer, het op het spoor komen van wat God van ons vraagt en daar daadwerkelijk voor kiezen leidt tot vervulling. Meestal stil en discreet in de vorm van rust, gedragenheid of vertrouwen. Soms ook uitbundige vreugde, zoals bij Maria en Elisabeth. Beste medegelovigen, de advent nodigt ons bijzonder uit om op zoek te gaan naar die verbondenheid, welke vorm die ook aanneemt. Die ervaring van verbondenheid is de wegwijzer: de rust, het vertrouwen, de vreugde die de Heer zelf ons geeft als we, doorheen onderscheiding, op het pad komen waarop Hij ons toe uitnodigt, hier vandaag.

Achteraf beschouwd heeft die stage bij pater Van den Broeck mij veel geleerd over de Advent. Hoe ware grootheid groeit uit menselijke kwetsbaarheid. Dat kwetsbaarheid geen probleem is. Wel de deur waardoor God in een mensenleven binnen kan komen en die, als je bereid bent om ze open te zetten, maakt dat onmogelijke dingen mogelijk worden. Ten slotte, dat het kompas om te achterhalen waar God je toe uitnodigt te maken heeft met rust, vertrouwen en soms uitbundige vreugde.

Nu kunnen we ook beter begrijpen welke de naam is die pater Jef gaf aan het dorp dat hij stichtte: levensvreugde. Laat die levensvreugde onze goddelijke gids zijn naar het Kerstfeest!

Reacties

Anoniem zei…
Ik woonde in Aalst en was een jonge kleuterleidster in Sint-Jozefschool.(1962...) en ik kende Pater Vandenbroeck al een paar jaren van in de tijd dat ik nog op school was bij de Dames van Maria.Ik mocht regelmatig als vrijwilligster meewerken in Levensvreugde waarvan ik de opstart en beginfase dus goed gekend heb.Ik was dus blij verrast deze morgen hierover te lezen en ook over Pater Jef.Sinds mijn huwelijk woon ik in West-Vlaanderen. Maar ik ben P.Jef wel regematig blijven bezoeken in Levensvreugde.Iemand die ik nooit zal vergeten. Zijn poëzieboeken met zovele uitingen van zorg en liefde voor diegenen die in Levensvreugde een thuis vonden,blijven me ook vergezellen. Ik werd er ontroerd bij deze morgen dit te lezen Dank!
René Fraters zei…
Wat een prachtig verhaal. Het ontroert me. Dank je wel! En wat een schitterende afbeelding. Die heb ik gebruikt voor een alternatieve kerstkaart. Alle goeds, René.

Meest gelezen

Bestaat atheïsme echt? Het antwoord van Lode Van Hecke, abt van Orval

Het sterfbed als leessleutel voor de ontmoeting met Jezus - homilie van Nikolaas Sintobin sj

Als Maria zegt: Ik wou dat ik dood was