En mocht de paus beslissen om de jezuïeten op te heffen?


Hieronder vind je mijn homilie voor deze zondag.

22ste zondag jaar B, Drongen

Deuteronomium 4,1-2.6-8   Jacobus 1,17-18.21b-22.27     Marcus 7,1-8.14-15.21-23

Misschien ken je dit verhaal wel. Het is waar gebeurd. De oude Ignatius werd in Rome ooit aangesproken door een jonge jezuïet met een nogal gedurfde vraag. Vader Ignatius, hoe zou u reageren mocht de paus beslissen de Sociëteit van Jezus op te heffen? Ignatius keek de jonge man aan en had zijn antwoord meteen klaar: ik denk dat ik snel naar de kapel zou gaan. Ik zou er een minuut of 10 voor het heilig sacrament bidden en vervolgens, met grotere vreugde, op zoek gaan naar een betere wijze om God onze Heer te dienen.

Misschien vindt u dit wel vreemd. Was Ignatius dan zo weinig bekommerd om die Sociëteit van Jezus? Dat was toch zijn levenswerk? Ik vermoed dat Ignatius zielsveel hield van dat bijzondere apostolische instrument waarvan hij de geestelijke vader was. Maar dat belette hem niet te beseffen dat het uiteindelijk niet meer was dan een instrument, een middel gericht op een hoger doel: het dienen van God en de mensen. Als bleek dat dit instrument niet langer aangepast was – als de paus het wilde opheffen, dan moest dat wel zo zijn – dan betekende dat dus voor Ignatius dat hij een ander instrument moest zien te vinden om dat grote doel van God te kunnen blijven dienen.

Je zou het nog anders kunnen stellen. Met de radicaliteit die hem kenmerkt, maakt Ignatius een strikt onderscheid tussen de zaak van God op zich, en datgene wat de mensen bedenken om die zaak van God op mensenniveau te dienen. In de lezingen van vandaag hoorden we Mozes, Paulus en Jezus een analoog onderscheid maken:

ð enerzijds datgene wat rechtstreeks van God zelf komt, en dat als een geschenk uit de hemel neerdaalt en aan de mensheid wordt aangeboden; dat heeft iets absoluut, definitief en onveranderlijk;

ð anderzijds datgene wat mensenmaaksel is, overlevering van de voorvaderen. Hoe mooi en waardevol die mensenproducties ook zijn, ze zijn niet meer dan mensenproducties. Ze zijn waardevol als ze ons helpen om dichter bij God te komen. Zo niet is het beter ze los te laten en op zoek te gaan naar iets anders, iets meer aangepast.

Ik denk dat dit een onderscheid is dat ons vandaag kan helpen om christen te zijn in onze zo snel veranderende Kerk. Het onderscheid dus tussen datgene wat echt behoort tot de kern, en datgene wat de mensen, door de eeuwen heen, hebben opgebouwd en dat voor herziening vatbaar is.

Ons parochiesysteem heeft lange eeuwen uitstekend gewerkt. Vandaag komt het, op zijn zachtst gezegd, onder druk te staan. Is dat erg? Het is niet comfortabel. Dat is zeker. Maar uiteindelijk zijn de parochies niet meer dan instrumenten om de Kerk plaatselijk vorm te geven. Het is goed mogelijk dat de tijd rijp is om naar nieuwe organisatievormen op zoek te gaan.

Ook taakverdeling tussen leken en clerus komt onder druk te staan. Al was het maar omdat het aantal priesters en religieuzen in onze streken drastisch teruggelopen is en nog verder gaat afnemen. Ook die verandering is niet comfortabel. Noch voor de leken, noch voor de clerici. Iets gelijkaardig zou kunnen gezegd worden voor de traditionele taakverdeling tussen man en vrouw in onze Kerk.

Ik ben er zeker van dat Gods Geest meer dan vindingrijk genoeg is om, samen met ons nieuwe structuren en vormen te bedenken. God zal het blijven mogelijk maken dat zijn Evangelie wordt verkondigd en dat zijn liefdesgave gul wordt gedeeld. Dat heeft Hij ons beloofd!


Reacties

Anoniem zei…
Ja, wat een waarheid.God en de mens. We zien, vullen in, worden gewaar en weten wat mogelijk is. We zijn bang voor het donkere in de mens of laten ons er door misleiden. Waar verbind ik me mee, waar zet ik me voor in, wat houdt me tegen? Bewustwording van het innerlijke licht, dat kan inderdaad ook zonder de Jezuïten orde, maar ook zij proberen bij te dragen aan dat wijd verspeide licht.
Anoniem zei…
Bedankt!
Gabriele zei…
Wat een inspirerende tekst! Bij verandering is weerstand het eerste wat ik voel..maar het gaat niet om het gevoel maar om alles te doen voor de Goede God!
fr. Vincent zei…
Heel inspirerende gedachten.
Ik meen me te herinneren dat de paus de Sociëteit inderdaad oogeheven heeft.
Maar dat een vrouw (de Tsarina) dit negeerde, zichzelf tot enige vrouwelijke jezuïete ooit benoemde en zo de continuïteit toch geforceerd heeft tot de Orde weer toegestaan werd.
(Herinneringen uit het blote hoofd. Corrigeer zeker indien er al te grote kemels in staan.)
Catharina de Grote heeft idd geweigerd het opheffingsdecreet van de SJ af te kondigen. Maar zij is nooit zelf jezuïet geworden.

Meest gelezen

Een abdijkerk zonder tabernakel, kan dat?

Nikolaas Sintobin sj openhartig over zijn reactie op verkiezing paus Benedictus

Latijnse liturgie in de eenentwintigste eeuw, kan dit eigenlijk nog?