Basket en spiritualiteit


Een gebruikelijke vraag bij een sollicitatiegesprek is: “Wat zijn uw zwakke kantjes?” Het even gebruikelijke antwoord is: “Soms neem ik teveel hooi op mijn vork,” “Ik wil het te goed doen” of iets in die aard. Dit hoort er nu eenmaal bij. Jij probeert je zo goed als mogelijk te verkopen en de interviewer probeert achter de façade te kijken. Je stelt een zwak punt zo voor dat het eerder een troef lijkt.

Al te zeer je best doen is een zwak punt, zij het misschien op een andere manier dan je wel denkt. Ik ken massa’s mensen die “te veel hooi op hun vork nemen”. Ze engageren zich in projecten die hen niet liggen. Ze werken op hun eentje terwijl ze beter in team zouden werken. Ze mikken te hoog en vallen behoorlijk diep. Eigenlijk gaat het hier over problematische karaktertrekken: hoogmoed, controledrang, drang naar bevestiging?

Allemaal heel menselijk. Maar onlangs leerde ik iets van een basketbal coach  over “het al te goed willen doen”. Hij deed zijn beklag over spelers die het “al te goed willen doen”. Ze duiken naar een verloren bal en verlaten hun positie. Eerder dan een pass te  geven maken ze liever een slechte shot. In de verdediging zijn ze al te agressief. De coach legde me uit dat deze spelers egoïstisch zijn. Hij zei ook: “Mensen die het al te goed willen doen kiezen voor de makkelijkste oplossing.”

Ik had het nooit zo bekeken. Maar dit lijkt me echt hout te snijden. Het is inderdaad makkelijker om het op je eentje te doen dan om samen te werken met anderen. Het is makkelijker om “ja” te zeggen aan bijkomend werk, eerder dan om te gaan met het ongemak dat een “nee” met zich brengt. Het is makkelijker om de touwtjes zelf in handen te houden dan om aan de slag te gaan volgens de werkwijze van iemand anders.

Een juister antwoord op de genoemde vraag in het sollicitatiegesprek zou kunnen zijn: “Soms kies ik voor al te makkelijke oplossingen.”

Jim Manney

Reacties