Over oude zusters, moderne architectuur en het prille begin



Onlangs moest ik voor een voordracht in een groot regionaal ziekenhuis zijn. Langsheen indrukwekkende moderne architectuur belandde ik in een prachtig ingerichte multimediale conferentieruimte. In het publiek zaten enkele bejaarde zusters, met kapje en traditionele zwarte kledij. Zij behoorden tot de religieuze gemeenschap die aan de oorsprong lag van dit ziekenhuis. Het waren twee werelden en tijdperken die samenkwamen. Ooit vielen ze bijna samen. Vandaag leken ze bijna volledig vreemd aan mekaar. Toch wonen deze zusters nog steeds in dit ziekenhuis. En ik durf te hopen dat ook in deze moderne gezondheidstempel duurzaam plaats kan worden ingeruimd voor de gratuïteit van de caritas die aan zijn oorsprong ligt.

In mijn voordracht gaf ik een reflectie over hoe (pre)evangeliseren in onze digitale, postmoderne cultuur. Een bewust gekozen religieuze levenshouding lijkt te passen als een tang op een varken in deze hoogtechnologische en hypergeïndividualiseerde samenleving. Ik had het over de uitdaging om mensen te brengen bij hun innerlijkheid: bij het niveau van het diepere zelf waar we meer kunnen ervaren en ontdekken dan enkel maar de onmiddellijke impact van externe prikkels. Het is de plaats van de religieuze ervaring.

We verlangen er met z’n allen zo sterk naar. Toch dreigen we steeds weer opnieuw verloren te lopen in onmiddellijkheid.

Hoe dit verlangen naar méér in contact brengen met het Evangelie en de rijke ervaring die de talrijke spirituele tradities aanreiken? Hoe midden in deze postchristelijke cultuur nieuwe sporen vinden van Gods werkzame aanwezigheid?

Zou het dan inderdaad waar zijn dat we  nog maar aan het prille begin staan van de ontdekking wat het Evangelie van Jezus voor de mensheid allemaal in petto heeft …


Reacties

kris zei…
Nikolaas, je schrijft: "En ik durf te hopen dat ook in deze moderne gezondheidstempel duurzaam plaats kan worden ingeruimd voor de gratuïteit van de caritas die aan zijn oorsprong ligt." Ik, en beslist velen met mij, delen deze hoop.

Doch vrees ik dat (op enkele uitzonderingen na) vele rusthuizen niet meer die geest van dat gratuïte in zich dragen. Jammer genoeg heeft het moeten plaats maken voor een geest van winstbejag ten koste van residenten en personeel.
Dergelijke zusters (zoals je dat beschrijft) zijn een zegen voor het oog en het hart. Hun aanwezigheid roept op tot her-innering van waar het om gaat of zou moeten gaan.

Maar nogmaals: van harte deel ik je hoop die je hierbover verwoordde.