Eindeloze val?



Graag deel ik me u een stukje uit de inleidende overweging van Gewijde Ruimte voor deze nieuwe week.

Nu november dichterbij komt, is het goed na te denken over de dood en hoe haar moedig tegemoet te treden “zodat  u niet bedroefd bent zoals de andere mensen die geen hoop hebben” (1 Tes 4,13). 

Als wij de dood zien als een eindloze val in de duisternis, dan boezemt zij ons angst in, maar het christelijke geloof schenkt ons de betrouwbare en vaste hoop dat Jezus, mijn levensgezel, mij opwacht om mij in zijn huis welkom te heten. In het uur van mijn dood ben ik voor God even belangrijk als ik dit tijdens mijn leven zelf was. Gods liefde heeft mij mijn leven lang ondersteund. Het is immers mijn door God vastgestelde eindbestemming om in zijn tegenwoordigheid verder in liefde te blijven leven (Ef 1,4). Sint-Elisabeth van de Heilige Drieëenheid zegt: “Daar is Iemand, wiens naam Liefde is, en die naar gezelschap verlangt”. In die liefde zal ik veilig zijn, een glimlach die me welkom heet. Voor eeuwig ben ik ‘Gods beminde’ (Rom 1,7). Mijn sterven kan zo een actieve zelfgave worden, een mijzelf overhandigen in liefhebbende handen. Het zijn inderdaad liefhebbende handen, want in de palm ervan staat mijn naam geschreven (Js 49,16).

Reacties