Waarom zijn we zo vaak ondankbaar?


Onderstaande tekst verschijnt vandaag op www.gewijderuimte.org

Dankbaarheid kan vanzelfsprekend niet worden afgedwongen.

“Je zou dankbaar moeten zijn”, snauwen we soms onze kinderen toe. We zeggen dit bijvoorbeeld als ze de maaltijd niet lekker vinden en met hun eten beginnen te spelen. “Weet je hoeveel kinderen er op de wereld met honger naar bed gaan? Die zouden nogal eens blij zijn met zo’n diner.” Hoewel goedbedoeld, met dergelijke bemerkingen gaan de gestoofde aubergines toch niet beter smaken. Dit is althans niet het geval voor de kinderen rond mijn tafel.

We beseffen heel goed dat dankbaarheid niet kan worden afgedwongen. Maar toch stellen we vast hoe we ons blijven inspannen om onze kinderen tot meer dankbaarheid te dwingen. En we proberen hetzelfde te doen bij onszelf.

We beseffen dat er zoveel is om dankbaar voor te zijn. In mijn persoonlijk leven maken de volgende zaken mij dankbaar: het wonder dat ik kinderen heb gekregen. Er is het gegeven dat ik onbeperkt toegang heb tot voedsel en drinkbaar water. Ik heb het geluk om te mogen leven in een gezellig huis en in een veilige omgeving. Wij mogen van al deze “basisbehoeften” genieten. Daarnaast hebben we ook nog toegang tot ontelbaar veel luxeproducten. En dit terwijl er zoveel mensen in de wereld zijn, die moeten vechten om iedere dag te overleven. Stiekem wijzen we onszelf terecht: Ik zou meer dankbaarheid moeten betuigen. Maar hoezeer we ook ons best doen, we voelen het niet. En we vragen ons af of er met ons iets mis is.


Is mijn hart hard geworden? Of is het echt niet zo’n groot geschenk om bewust te worden van die noden? Zal ik mij ooit tevreden en voldaan voelen?

Jennifer Grant

Reacties