Houden van de Kerk ?

Homilie

Twee weken geleden heeft zich in een buurland iets vreemd voorgedaan. Een bejaarde wereldleider kwam op bezoek. De publieke opinie en de media waren hem vijandig gezind. Er heerste een schandaalsfeer. De bezoeker liet zich hierdoor niet afschrikken. “Ik heb alleen maar schrik van de tandarts”, zei hij.


Zowat alle regels van de moderne communicatie lapte de man aan zijn laars. Hij had een bedeesde blik, sprak met aarzelende stem en een zwaar accent. Hij gaf 20 toespraken: geen leuke oneliners of slogans, wel diepgaande gedachten. De spreker probeerde niet zijn publiek te verleiden. Van zijn Charisma moest hij het niet hebben. Toch slaagde Paus Benedictus erin om binnen enkele uren het hart van de Britten te veroveren. Vijandigheid en angst ruimden plaats voor openheid en vreugde. Zijn recept? Zijn boodschap? Even eenvoudig als schokkend: Jezus Christus en zijn Evangelie. Als opvolger van Petrus is hij gewoon in de voetsporen van Jezus gestapt. De Britten hebben geluisterd en werden diep geraakt. Tot hun verbazing.

Broeders en zusters, de lezingen van vandaag doen denken aan wat gebeurde bij het Pausbezoek in Groot-Brittannië. We vinden er aanwijzingen over hoe we, in onze persoonlijke geloofsbeleving, om kunnen gaan met de problemen waarmee wij vandaag, in onze Vlaamse Kerk, geconfronteerd worden.

Zonet, in de eerste lezing, hoorden we de profeet Habakuk zijn wanhoop uitschreeuwen. Met woorden als “geen uitkomst”, “ellende”, “onrecht”, “geweld”, “lijden”. Jeruzalem wordt belegerd en de Israëlieten worden gedeporteerd. Alles lijkt in mekaar te storten. Is het dan allemaal illusie? Zijn de gewone gelovigen bedrogen door God en door hun leiders? We kunnen er ons iets bij voorstellen.

De profeet Habakuk spreekt niet tegen dat het uitzichtloos kan lijken. Hij laat zich echter niet meesleuren door zijn ontreddering. In volle crisis roept Habakuk op tot trouw: “de rechtvaardige blijft leven door zijn trouw”. Beste medegelovigen, te midden van de storm, roept God ons op tot trouw. Trouw aan God; trouw aan het Evangelie; en ja, ook trouw aan de Kerk. Het is een oude gewoonte om de Kerk te bestempelen als onze Moeder: het is immers in en dankzij de Kerk dat wij ons geloof in Jezus gekregen hebben. Welnu, een moeder kan ziek zijn. Het kan blijken dat sommige van haar lidmaten ziek zijn, ja zelfs verdorven.

Ernstige ziekte vraagt aangepaste medicijnen. Sommige medicijnen smaken bitter. Soms is amputatie nodig. Maar we weten ook dat de beste medicijn liefde is. Als je moeder ziek is, heeft ze je liefde des te meer nodig. Zeker als haar wonden een ondraaglijke geur verspreiden.

Groeien in trouw, zegt Habakuk ons. Wat kan ons daarbij helpen?

In de tweede lezing krijgen we een eerste belangrijke tip. Wees niet bang, zegt Paulus. Laat niet toe dat de angst de bovenhand krijgt in je hart.

 Het kan moeilijk zijn, heel moeilijk. Op de duur durf je nauwelijks nog de krant te lezen of te luisteren naar het nieuws. Toch zijn wij christenen mensen van de hoop, mensen die weten dat God, uiteindelijk, recht schrijft, ook op onze kromme lijnen.

 Hopen betekent niet het kwaad ontkennen of minimaliseren. Wel dat wij in ons hart weten dat het kwaad niet het laatste woord heeft. Dat heeft de 2000-jarige geschiedenis van God met zijn Kerk ruimschoots aangetoond. We hoeven dus niet bang te zijn; maar hoopvol én verantwoordelijk verder gaan.

In het Evangelie geeft Jezus ons nog een tweede tip omtrent wat het betekent om “trouw te zijn”: Hij nodigt ons uit om te blijven geloven.”Als ge een geloof hadt als een mosterdzaadje”, dan wordt het onmogelijke mogelijk. … Wie blijft geloven, in het bijzonder in moeilijke tijden, komt niet bedrogen uit.

Voor ons, christenen, betekent geloven dat we onze ogen richten op Jezus. De vrucht van deze groeiende verbondenheid met de Heer is dubbel.

 Ten eerste is er de dankbaarheid. Godsverbonden leven leert om al het mooie te zien dat we krijgen. Ook als er veel donderwolken zijn, blijft de zon verrassend veel schijnen. De gelovige mens is altijd een dankbare mens.

 De tweede vrucht is die van de bekering. Zich bekeren betekent zich meer toewenden tot de Heer, loslaten wat ons verwijdert van God. Bekeren betekent dat we onszelf, individueel en collectief, in vraag durven stellen. Niet uit angst of vrees. Wel om zelf meer te leven vanuit Gods liefde en die vervolgens naar de wereld te brengen. In woord, en vooral in daad. Elk geloofsverhaal is er een van bekering. Dit geldt voor elk van ons afzonderlijk en voor de Kerk als geheel. En echte bekering is een genade. Ook al kan genade pijn doen.

Beste broeders en zusters, ook vandaag is het Evangelie Blijde Boodschap voor ons, Kerkgemeenschap in crisis. Te midden van de verwarring roept de Heer ons op tot trouw en dus tot meer liefde. Trouw betekent dat we geen schrik hoeven te hebben. Maar wel dat we uitgenodigd worden om ons geloof verder uit te zuiveren: door meer dankbare mensen te worden die verlangen om zich steeds opnieuw te bekeren. Amen.


Delen

Reacties