Leren bidden met een jonge Amsterdamse vrouw


Hieronder kan je mijn homilie lezen voor deze zondag.

Je kan ze ook beluisteren op Soundcloud



Hieronder vind je de evangelietekst op Soundcloud



29ste zondag door het jaar - jaar c
Ex 17,8-13                   Ps. 121            2          Tim 3, 14-17.4,1-2      Lc 18, 1-8

Het was een voorjaarse zondagmiddag van 1999. Als kersverse diaken zou ik voor het eerst een kindje dopen. Na afloop sprak ik de pastoor die ook een doop had gehad. Hij had afspraak met de familie, aan het einde van de mis. Het was niet zeker dat ze bij de mis zouden kunnen zijn. En inderdaad, toen de mis begon om 11u, was de familie er niet. Maar om 12u waren ze er nog steeds niet. Om 2 uur in de middag had de pastoor er de brui aan gegeven. Net vóór onze doop had hij een telefoontje gekregen van de vader. Die was toch zo verveeld. Neen, ze waren de doop echt niet vergeten. De familie was nog steeds aan het vieren in een restaurant. Ze hadden lekker gegeten en gedronken en nu gingen ze samen wandelen. Plots had de vader zich gerealiseerd dat ze iets over het hoofd hadden gezien. Ze waren vergeten om langs te kerk te gaan. Excuseer mijnheer pastoor. U begrijpt dat wel, we hadden zoveel aan ons hoofd. Ik zal u snel bellen om een nieuwe afspraak te maken.

Het komt mij niet toe om te oordelen over het geloof van die man. Maar dit krasse verhaal illustreert wel dat de vraag van Jezus: Zal de Mensen­zoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden? hout snijdt. Wat is eigenlijk de kern van het geloof waar Jezus naar verwijst?

Het verhaal  van de weduwe dat Jezus vertelt gaat over smeekgebed: de mens die aan God verlangens kenbaar maakt in de hoop dat die vervuld zullen worden. Jezus laat doorschemeren dat de weduwe verhoord wordt. Ook elders nodigt Jezus uit om te vragen: “Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan.” (Mt 7, 7) Jezus zegt echter niet dat we exact gaan krijgen wat we vragen. Anders gezegd, wat is het juiste smeekgebed? Wat leert ons geloof ons hierover.

Ten gronde geloven wij dat God ons schept uit liefde. Niet eenmalig. Wel doorlopend. Dat zijn liefde ons, elk ogenblik van ons bestaan, omhult,  als een warm deken. Vaak op een mysterieuze wijze die wij niet begrijpen. Het probleem is dat ons spontaan vragen en smeken dikwijls een nogal eenzijdige vertaling is van ónze interpretatie van wat Gods zorgende liefde voor ons zou moeten betekenen. We kunnen zo gefocust zijn op onze frustraties of pijn dat we blind worden voor het mooie dat God ons geeft. Ons spontane smeekgebed, met andere woorden, kan ons opsluiten in onze eigen wereldje, en daardoor beletten dat we zien hoe God in ons leven aan het werk is.

Misschien is het daarom belangrijker dat we  in ons gebed eerder vragen aan God wat Híj met ons voorheeft. Hoe Híj op discrete maar efficiënte wijze voor ons zorgt. Wat zíjn liefdesplan voor ons vandáág concreet betekent.

Misschien is het daarom zinvoller dat we in ons gebed God meer danken en loven. En als we dat moeilijk vinden, dat we vragen in ons gebed om dat te mogen leren. Dankbaarheid is immers de beste leesbril om Gods aanwezigheid in ons leven op het spoor te komen. Dankbaarheid is dé gebedshouding bij uitstek.

Een sterk voorbeeld hiervan is Etty Hillesum, een jonge joodse vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog het christelijk geloof ontdekte. In haar dagboek vertelt ze hoe haar bewegingsvrijheid in Amsterdam dag in dag uit beperkt wordt door de bezetter en hoe het grootste deel van de stad voor haar verboden terrein wordt. Op 20 juni 1942 schrijft ze: “Ik fietste langs de Stadionkade vanochtend en genoot van de wijde hemel daar aan de rand van de stad en ademde de frisse, ongerantsoeneerde lucht in. En overal bordjes, die wegen, de vrije natuur in, voor joden versperd hielden. Maar boven dat ene stuk weg, dat ons blijft, is ook de volledige hemel. Men kan ons niets doen, men kan ons werkelijk niets doen. Men kan … ons beroven van wat materiële goederen, van wat uiterlijke bewegingsvrijheid, maar wijzelf leggen de grootste roof aan ons op … door onze verkeerde instelling. Door ons achtervolgd, vernederd en verdrukt te voelen. … Ik vind het leven mooi en ik voel me vrij. … Ik ben een gelukkig mens en prijs dit leven.”

Etty Hillesum koos ervoor niet onder te duiken maar zich in te zetten voor haar joodse lotgenoten. Zij stierf eind november 1943 in Auschwitz. Haar dagboek en brieven uit de kampen zijn één loflied aan God. Etty was een door en door gelovige vrouw.

Ten volle geloven in Gods liefde. Het is mogelijk. Ook in deze stad. Vandaag. Voor ons.­

Nikolaas Sintobin sj

Reacties

Ten volle in God's liefde geloven het is altijd mogelijk, hier, nu.....dwars door alle pijn
Anoniem zei…
"Ten gronde geloven wij dat God ons schept. Niet eenmalig. Wel doorlopend. Dat zijn liefde ons, elk ogenblik van ons bestaan, omhult, als een warm deken."
Ontroerend mooi.
Dankjewel.