De laatste, moeilijkste, maar ook de fundamenteelste vraag


De laatste, moeilijkste, maar ook de fundamenteelste vraag is dan deze.
Kan ik aanvaarden dat de liefde waarmee iemand van mij houdt
en mij aanvaardt zoals ik ben,
mij niet enkel geschonken wordt
nadat en omdat ik geworden ben wie ik graag zou zijn,
maar eigenlijk daarvóór?

Denk aan de liefde waarmee ouders hun kind ontvangen,
zoals het hun in handen wordt gegeven.
Daaruit volgt dat de liefde waarmee van mij gehouden wordt eerst is.
Dat het feit dat ik mij onvoorwaardelijk geliefd weet -wie ik ook mag zijn-
mij juist oproept en maakt tot het rijkste en het mooiste dat ik kan zijn.
Daarom is dit mijn diepste wezen dat ik ben uit de liefde van anderen,
en naar anderen toe, met wie ik in liefde samenleef.

De moeilijkheid is dat ik dat nu moet kunnen beleven !

En omdat die onvoorwaardelijke liefde tot mij
en die onvoorwaardelijke aanvaarding van mij
op de eerste plaats door God zelf worden waar gemaakt,
ben ik 'uit God' en 'naar God toe'.

Een anonieme jezuïet

Reacties

Anoniem zei…
Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.
Anoniem zei…
wat mooi!
Arne zei…
Mooi en moelijk tegelijk om de volle impact hiervan binnen te laten komen.
Anoniem zei…
God is de bron van onze liefde naar anderen toe.
Hij aanvaardt ons ook integraal en heeft ons lief wat we ook mogen zijn.
De ervaring van welke liefde ook van of naar anderen toe refereert altijd naar Hem.
Liefde is nooit ons eigen project en ze verdient derhalve altijd diepe eerbied.
Wonder mooi en diep....
Ingrid Hoet
Anoniem zei…
Vervolg:
Die circulaire stromen van God naar mens van mens naar mens en van mens naar God zijn ontstaan en voortgaan van leven.Van...en naar...,leven van ons leven en ze lopen uit op Leven.
Ingrid Hoet.