Luxehotel

Tonny Cornoedus sj is sinds jaar en dag aalmoezenier in de gevangenis. Onderstaand stukje komt uit een aangrijpend getuigenis dat hij onlangs publiceerde in Kerk en Leven (parochieblad).

Ook de modernste gevangenis – door sommigen wel eens een luxehotel genoemd -, blijft een hel. Ook al is er een goede hygiëne, een uitgebreid aanbod aan cursussen en sport – hoognodig opdat mensen mensen zouden blijven en zouden groeien in menselijkheid -, toch is er een vuur dat innerlijk verteert, is er een enorme eenzaamheid te midden van veel volk, de kilte die geen hart verwarmt en de stilte die nergens te horen is.


Met Christus daalt de aalmoezenier neer ter helle om er mensen te ontmoeten. In een kortfilm die ik zag richtte een gedetineerde plots de camera op zichzelf en zei: “Kijk maar naar mij, ik ben een mens, geen monster!” Die mens, die op een bepaald ogenblik misschien wel een monster geweest is, die mens wil de aalmoezenier ontmoeten. Die mens met zijn kwaad en zijn goed, die mens die, dikwijls zelf vreselijk gekwetst, anderen gekwetst heeft, soms ten dode toe.


Gevangenis is één grote kreet-om-liefde. “Aalmoezenier, luister eens naar mij, maak eens tijd voor mij, pak me eens vast, omarm me eens (soms zelfs letterlijk!).” Zij zijn voor ons geen patiënten of cliënten, maar mensen, medemensen, medebroeders of medezusters. Zo keek Jezus ook naar de moordenaar naast hem op het kruis.


Niet dat je zijn daden goedkeurt, integendeel; en dat mag je hem of haar ook zeggen. En je kan hen ook vertellen hoeveel pijn zij andere mensen hebben aangedaan. Maar deze kritische houding draagt alleen maar goede vruchten als het gedragen is door vriendschap, broederschap, liefde en vertrouwen ipv door haat, wrok of revanche. Wie bemind wordt ondanks alles, kan veranderen en openbloeien; wie veracht wordt krimpt weg en wordt een bolster.”


Delen

Reacties