Uitmuntendheid (3)

Dit is de derde bijdrage uit een reeks van 3 waarin ik kort en bondig iets probeer uiteen te zetten over de ignatiaanse uitmuntendheid (magis). Telkens geïllustreerd met een korte – soms verrassende - video.

Het ignatiaanse magis nodigt uit tot decentratie

Als je in de Geestelijke Oefeningen het gebruik van het woord “magis” (uitmuntendheid) nagaat, dan stel je vast dat het doorgaans gebruikt wordt in een relationele context van liefde : méér beminnen, zich méér ten dienste stellen van, zich méér toevertrouwen aan.

De ignatiaanse uitmuntendheid vertrekt weliswaar van het ik, maar is niet gericht op de verheerlijking van het eigen ego. Het is geen uitnodiging tot egotripperij. Het is geen aansporing om een leven lang te boetseren of te schilderen aan het kunstwerk van je eigen persoontje.

Het magis bereikt maar zijn doel van humaniora, in de mate dat de mens niet meer dwangmatig zichzelf in het middelpunt hoeft te plaatsen. De dynamiek van het magis nodigt uit om ook verder te leren kijken dan het eigen kleine belang, om stelselmatig meer plaats in te ruimen voor de ander.

In het ignatiaanse jargon spreken we hier over het zo opvoeden van jongeren dat zij worden tot mensen voor en met anderen. Delen

Reacties

Meest gelezen

Ontdek het nieuwe Ignatiuslied

Wie is God? En wie ben ik ...