Het geheim van de ware vreugde


Vierde zondag van de Advent
Micha 5,1-4a    Hebreeën 10,5-10
Lucas 1,39-45

U heeft het ongetwijfeld ook gehoord. Sinds kort heeft de Paus een eigen twitteraccount. Vandaag, amper twee weken later, heeft hij reeds meer dan 2 miljoen volgers. Intussen heeft Benedictus ook al 12 tweets verzonden: korte boodschappen waarin hij het heeft over de kern van de Blijde Boodschap. Voorbije woensdag verstuurde hij zijn 9de tweet: “Maria is vervuld van vreugde als zij verneemt dat zij de moeder zal worden van Jezus, de mensgeworden Zoon van God. Ware vreugde komt voort uit verbondenheid met God.”

Wie durft er nog zeggen dat een tweet te kort is om zinvolle dingen de wereld rond te sturen?
Ware vreugde komt voort uit verbondenheid met God”, leert ons Benedictus. Je zou er kunnen aan toevoegen: ware vreugde kan je niet voor jezelf houden. Die wil je delen met anderen. Over die ware vreugde vertelt ons het Evangelie van vandaag, de vierde zondag van de Advent.

Maria gaat op bezoek bij haar nicht Elisabeth. De jonge vrouw die vervuld is van de genade van God, wil haar vreugde delen met haar oudere nicht. Beiden dragen de belofte van nieuw leven in hun schoot. Als Elisabeth Maria ziet binnenkomen roept ze het uit van vreugde. Ook het ongeboren leven in haar springt op van vreugde. Meteen daarna zingt Maria het Magnificat. Beide vrouwen danken God. Voor hen is het duidelijk dat het God is die aan de oorsprong ligt van het goede dat hen te beurt valt.

Je zou kunnen denken dat dit voor hen niet erg moeilijk was. Maria had kort voordien bezoek gekregen van de engel Gabriël. En iets analoogs was gebeurd met Zacharias, de man van Elisabeth die het zijn vrouw wel zal hebben doorverteld. Als we er echter de teksten goed op nalezen, dan merken we dat het toch wel iets moeilijker lag. Zacharias kon het niet geloven als Gabriël hem aankondigde dat zijn vrouw zwanger zou worden. Elisabeth was namelijk al op jaren en heette onvruchtbaar te zijn. Lucas vertelt ons dat ook Maria verwonderd opkeek als Gabriël haar liet weten dat zij een kindje zou krijgen: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?” antwoordde zij aan Gabriël.

Op zijn beurt zegt Gabriël aan Maria: “Voor God is niets onmogelijk”. We kennen het antwoord van Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” Maria vertrouwt zich, in geloof, helemaal toe aan God. Dat heeft Elisabeth blijkbaar heel goed gesnapt. Als zij Maria verwelkomt zegt zij haar: “Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is”. Het is het geloof van Maria dat de geboorte van Jezus mogelijk maakt: het geloof dat God mens wil worden. Het is hetzelfde geloof dat voor God niets onmogelijk is dat aan Maria die overdaad van vreugde geeft.

We naderen het einde van de advent. Over enkele dagen zullen we de geboorte van onze Heiland herdenken. We gaan vieren dat God voortaan bij ons, in ons verlangt te wonen. Elk van ons wordt uitgenodigd om te geloven dat die grote God in ons kleine, vaak zo kille en ongastvrije stalletje zijn intrek wil nemen. Het is bijna niet te geloven. Toch is het de kern van ons christelijk geloof.

Laten we vragen aan onze God dat Hij ons helpt om Jezus goed te mogen onthalen en om zijn aanwezigheid beter te leren opmerken: in onze wereld, in onze medemensen, in ons eigen hart.

Laten wij vragen en bidden om meer geloof en om meer te leven in verbondenheid met onze mensgeworden God. Hoe meer we dit vragen en hoe meer we toelaten dat deze belofte ook in ons waargemaakt wordt,  hoe groter onze vreugde zal zijn. Ware vreugde.

Reacties