Wat er echt nodig is om in te treden in een abdij en er vervolgens ook te blijven - Vader abt vertelt
Vader abt was erg bezorgd. Er waren heel wat jonge mannen die in de abdij intraden. Maar er waren er ook heel wat die, na enige tijd, de gemeenschap opnieuw verlieten. Telkens hadden ze goede redenen om weg te gaan. Het waren enkelingen die bleven. Op een dag was hij hierover aan het tobben toe hij voor zijn ogen iets zag gebeuren dat hem klaarheid verschafte: een vossenjacht. Het arme dier rende door het veld, achtervolgd door een meute honden en, op een zekere afstand, de jagers. Het beest liep voor zijn leven met de blaffende honden achter hem aan. Maar de abt merkte op dat, naar het einde toe van die luidruchtige bedoening, er maar enkele honden overbleven. De andere hadden de achtervolging opgegeven. De ene was aan het rusten, een ander was aan het snuffelen en nog anderen waren leuk aan het ravotten. Wanneer uiteindelijk de jacht ten einde was ging de abt naar een van de jagers toe en stelde hem deze vraag: hoe komt het dat bijna alle honden afgehaakt hebben en dat die twee h...