24e zondag door het jaar B Jes. 50, 5-9a psalm 116 Jak. 2, 14-18 Mc. 8, 27-35 De voorbije tijd was ik te gast in enkele monastieke gemeenschappen. Ik vind de stilte in zo’n abdij en de schoonheid van de liturgie telkens weer heerlijk. Maar wat ik ben blij als ik, na enkele dagen, zo’n abdij mag verlaten. Ik mag er niet aan denken zelf monnik te zijn. Ik zou snel tegen de muren op lopen. Geef mij maar het jezuïeten-leven. Daar voel ik me op mijn plaats. Ik was naar die abdijen toegegaan om er vorming te geven over ignatiaanse spiritualiteit. Dat doe ik graag en met passie. Dat doe ik het jaar door, voor alle mogelijke groepen. Ik eindig zo’n voordrachten vaak met een kwinkslag. Ik zeg dan namelijk dat er mensen zijn, goede mensen, die puistjes krijgen van ignatiaanse spiritualiteit. Telkens weer merk ik dan dat het voor sommige toehoorders een...