Weet je het zelf wel?


Wat gaat er schuil in jouw diepste diep?

Aan onverwachte dingen. Vooral aan mooie dingen.

Weet je het eigenlijk zelf wel?

Reacties

Anoniem zei…
dank voor "weet je het zelf wel"
heel duidelijk voorgesteld.
Kan "begin je gebed" niet openen in "Gewijde ruimte". Hopelijk later wel.
Bekkeneel zei…
Op basis van mijn christen zijn weet en geloof ik dat de levende Heer in mij zit. Dus de eeuwige God caritas et amor. Af en toe gluurt Hij in mij even naar buiten vanuit het graf van mijn hart, door een kier van de steen. Dan lijkt de steen een beetje weggerold te worden en klaar ik op. Dan voel ik vreugde, kracht en hoop. Ik word dan doorstroomd door liefde ook. Mijn knorrigheid verdwijnt als de nevels en kwade dampen van een moeras dat in de macht is van de Zwarte Vleer (Toonder). Ik verbaas mij er dan over dat alle aanleidingen tot die knorrigheid onzin waren. Het zat allemaal tussen mijn eigen oren, maar dat kon ik niet zien. Mijn eigen negativiteit schilderde alles boos en donker. Ik zie dan bv. geen buitenlanders, alleen geliefde medezielen in hetzelfde schuitje als ik: op weg naar het oordeel. Ik houd van ze en bid dat ze Jezus mogen leren kennen, maar tegelijk denk ik: dan moet je Hem wel eerst eens in jezelf even uit dat grafhart laten komen, zodat er iets van Hem zichtbaar wordt in jouw leven. Hij klopt om binnengelaten te worden in mijn leven, maar dat is hetzelfde als dat Hij klopt aan de binnenkant van het graf om buiten gelaten te worden. Maar ja, die steen. Wie kan hem wegrollen? Hij wil wel graag opstaan, maar ik lijk zelf de steen op zijn plaats te houden, zodat Jezus wel leeft achter de steen, maar toch niet echt handen en voeten in mij kan krijgen, niet geheel opstaat en alle ruimte krijgt die Hij wil en waar Hij recht op heeft omdat Hij voor mij gestorven is. Ik laat Hem niet Zichzelf worden. Waarom doe ik dat toch (niet)? Waarom laat ik niet toe dat de steen weggerold wordt? Waarom blijf ik maar kiezen voor een onvolledig leven, een half uit de aarde gezongene? (Slauerhoff, Het eind van het lied)
Als kind had ik een libelle die half uit de cocon gekropen was en toen gestorven. Hij had dus nooit gevlogen en ging al dood. Zijn metamorfose was mislukt, hij had de wedergeboorte niet overleefd en was gestorven in de woestijn. Triest.
Moge de Heer zich over mij ontfermen en mij aansporen tot grote ijver om te groeien in nederigheid en overgave zodat ik het lot van die arme libelle niet hoef te delen. De steen voor mijn hart is mijn ikzucht, hij zal vanzelf wegrollen als ik maar bereid ben klein te worden, te worden als een kind. Dan kan Jezus vliegen als een enorme libelle en mag ik tussen zijn schouders zitten als Niels Holgersson. Wat zal ik genieten en wat zal alle genot dat ik om Hem losgelaten zal hebben verbleken en vergeten zijn en blijken minder dan niets te zijn geweest, bedrog dat mijn ware leven blokkeerde.

Meest gelezen

Bestaat atheïsme echt? Het antwoord van Lode Van Hecke, abt van Orval

Het sterfbed als leessleutel voor de ontmoeting met Jezus - homilie van Nikolaas Sintobin sj

Hoe een capucino het verschil kan maken als je van de ene dag op de andere invalide wordt: het getuigenis van Jurjen