De dubbele gedrevenheid van Thomas Merton vlak voor hij intrad bij de trappisten - Citaat
Thomas Merton (1915 - 1968) is onderweg naar de trappistenabdij van Gethsemani in de hoop er te kunnen intreden. In onderstaand fragment uit zijn autobiografie beschrijft hij wat er omgaat in zijn hart. Het is een indrukwekkende illustratie van wat ware innerlijke vrijheid betekent.
Het was een vreemde gewaarwording. Kilometer na kilometer werd mijn verlangen om in het klooster te zijn sterker – het werd bijna onvoorstelbaar. Dat ene idee had me volledig in zijn greep. En toch, vreemd genoeg, groeide tegelijkertijd mijn innerlijke vrijheid en mijn innerlijke rust. Wat als ze me niet zouden aannemen? Dan zou ik naar het leger gaan. Maar zou dat geen ramp betekenen? Helemaal niet. Als het klooster me uiteindelijk zou afwijzen en ik dienstplichtig zou worden, zou dat zonder twijfel Gods wil zijn. Ik had gedaan wat ik kon; de rest lag in zijn handen. En hoewel mijn verlangen naar het klooster met de minuut groeide, maakte de gedachte aan een leven in een legerkamp me niet langer onrustig.
Ik was vrij, ik had mijn vrijheid teruggevonden. Ik behoorde toe aan God, niet aan mezelf: en aan Hem toebehoren is vrijheid. Vrij van de zorgen, angsten en verdriet die deze wereld kent, en van de gehechtheid aan alles wat erin is.

Reacties