Méér




Regelmatig bereid ik jonge mensen voor op het huwelijk. Steeds een sterke ervaring.

Vaak ben ik onder de indruk van het idealisme én het realisme, van het grote verlangen én de luciditeit van die jonge mensen die maar al te goed weten dat het niet evident is te trouwen.

Moeilijker vind ik het om om te gaan met de angst, het ongeloof en het fatalisme die er ook soms leven:

“Hoe lang gaat het duren?”

“In mijn omgeving zijn alle koppels uit mekaar”

“Ik zou er zo graag in geloven, en ik houd zielsveel van hem/haar. Maar ik kan niet geloven dat het mogelijk is om een levenlang van mekaar te houden.”

Op dit punt kunnen de gesprekken heel intens worden. In laatste instantie kan ik hier enkel nog maar spreken over het geloof dat een levenslang engagement niet alleen mogelijk is, maar ook wenselijk en ten volle ontplooiend; dat een definitief engagement niet betekent dat je jezelf opsluit maar wel dat het rust, ruimte en vrijheid mogelijk maakt; dat een liefdesengagement in se vraagt om onvoorwaardelijk en levenslang te zijn.

Het moeilijkste, meest verrassende, maar vaak ook heel “troostende” punt is het sacramentele karakter van het huwelijk: het geloof dat in het sacrament van het huwelijk er méér aan de hand is dan enkel maar een belofte van twee mensen; het geloof dat het Christus zelf is die bemint doorheen het koppel met Zijn oneindige liefde; en dat die liefde niet wijkt voor het kruis. Vroeger niet. Ook vandaag niet. Dit geloof kan alles anders maken.

Reacties

Anoniem zei…
Beste Nikolaas,

Ik geloof dat huwelijk te maken heeft met God vinden in de ander, i.c. je partner. Huwelijk is dan zoiets als gebed: je vertraagt voor de ander, je maakt het stil voor de ander, je knielt voor de ander, je luistert naar de ander, je bent geconcentreerd op de ander zodat die ander ook echt tot je kan spreken en zodoende werkelijk zichtbaar wordt. In die zin is huwelijk dan ook kleiner worden opdat de ander zou kunnen groeien, soberder worden opdat de ander rijker kan worden, jezelf helemaal geven opdat de ander je geschonken kan worden.
Liefde is een werkwoord zo zegt een bepaalde wijsheid. Levenslang van mekaar houden wil dan zeggen dat er levenslang werk aan de winkel is. Dat werk kan niet door anderen gedaan worden, zelfs niet door God. Of nog anders gezegd: het huwelijk kan niet worden 'geautomatiseerd', overgelaten aan 'specialisten in de liefde' of een of ander ver principe of een vrome wens, het is en blijft ruwe handenarbeid, een moeilijke tocht ook over hoge bergtoppen en door diepe dalen. Dat mensen daar met een zekere vrees naar kijken, met 'ongeloof' ook, is niet abnormaal.
Een begeleider moet daar durven naar kijken en er ook niet te snel aan voorbij willen gaan. Hij/zij moet durven zeggen: ik weet wat je voelt en ik begrijp het. Maar dit is mijn geloof voor jou: ik weet dat jij dit kan, dat jullie dit kunnen, dat kan ik zo zien. Echt waar. En hiervan wil ik getuigen: ik geloof dat God in het huwelijk naar mensen toekomt om hen te bevrijden van hun angsten en een geloof te installeren dat 'bergen verzet'.

Erik Vanleeuw

Meest gelezen

Bestaat atheïsme echt? Het antwoord van Lode Van Hecke, abt van Orval

Het sterfbed als leessleutel voor de ontmoeting met Jezus - homilie van Nikolaas Sintobin sj

Hoe een capucino het verschil kan maken als je van de ene dag op de andere invalide wordt: het getuigenis van Jurjen