Dilemma


Het voorbije Pinkster-WE ben ik mee voorgegaan in twee vieringen.

Op zondag, in de Gentse Kathedraal, was er het feestelijk vormsel van  een 20-tal kinderen, waaronder een van mijn neefjes. Mooi en vertrouwd, die kinderen uit het zesde studiejaar. Op de vooravond van Pinksteren was ik in de Antwerpse kathedraal voor een jeugdviering waarin tevens een 20-tal (jong)volwassenen gevormd werden: tussen 18 en 50 jaar oud, een kleine helft met gekleurde huid.

Het was de eerste keer dat ik getuige was van het vormsel van volwassenen. Je voelde gewoon dat hier iets heel authentiek en echt gebeurde.

Het deed me denken aan mijn laatste studiejaar in Parijs, intussen meer dan 10 jaar geleden. Ik kreeg er de verantwoordelijkheid van de vormselvoorbereiding van 120 kinderen van  11-12 jaar. Het werd een onverwacht intense ervaring – soms strijd . Eindresultaat was dat slechts 20 kinderen oordeelden dat ze voldoende matuur waren om het vormsel aan te vragen en dat voortaan in het Parijse SJ-college het vormsel niet voor de 15de verjaardag zou worden aangeboden. Een formule waarvan de ervaring geleerd heeft dat ze werkzaam is. Alvast in de bijzondere context van die school.

Het is duidelijk dat we evolueren naar een keuze-christendom (kan je overigens anders christen zijn dan vanuit een persoonlijke keuze?). OP 12-jarige leeftijd zijn maar weinig van onze kinderen in staat tot een persoonlijke keuze in deze.  Wat betekent echter het vormsel als het niet voldoende en duurzaam kan gedragen worden door zo’n vrije keuze. Al te vaak is dit de viering van de “laatste communie”.

Anderzijds is ook het duidelijk dat in onze contreien het verschuiven van de leeftijd van het vormsel naar minimum 15-16 jaar concreet zou betekenen dat nog maar een fractie van het huidig aantal kinderen effectief het vormsel zou ontvangen. Nu krijgen ze een jaar lang vormselcatechese en wordt er door de catechisten vaak een indrukwekkend werk verricht van begeleiding en omkadering. Wat het kind gekregen heeft, kan het niet meer afgenomen worden.

Op dit ogenblik vind ik het nog steeds een dilemma.

Reacties

Anoniem zei…
Op 12-jarige leeftijd is het kind op zijn toppunt van gevoeligheid voor het religieuze, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Zijn ontvankelijkheid is bijzonder groot.Wat je dan "kijgt" en de superplus die je krijgt tijdens de vormselcatechese is waardevol. Misschien is het wel belangrijk niet onmiddellijk vooruit te kijken naar wat het kind ermee doet in de jaren die onmiddellijk volgen. Wat gezaaid is laat soms heel lang op zich wachten alvorens je het ziet ontkiemen. Een keuze zal de opgroeiende mens en de volwassene zeker nog meermaals maken in zijn leven - ook in zijn christen-zijn. Mogelijk is er dan ook een plaats om het op een symbolische manier vorm te geven. Ik hoop dat er in onze huidige kerk plaats en ruimte blijft voor wat reeds lang traditie is (o.a. vormsel op 12 jaar) én voor vormgeving van vernieuwd engagement als het moment daar rijp voor is.
Dank voor deze uitstekende beschrijving van deze zijde van het dilemma. Ook mijn eigen ervaring gaat volledig in die richting.
Lieve zei…
Ook ik heb zeer goede ervaringen met de vormselcatechese op 12 jaar. Zelfs bij kinderen die het gewoon uit traditie doen, zien wij verandering naar het vormsel toe. Dank zij die traditie zijn ze nog met geloof in contact gekomen en kunnen zij zich laten raken. Hoogstwaarschijnlijk krijgen zij als volwassen nooit meer die kans. Het ongekende (Jezus, evangelie, geloof)zal in de aangeboden waaier van cursussen en weet ik veel, waarschijnlijk niet aantrekkelijk zijn om op in te gaan. Net diegene die zich hebben laten raken op 12 jaar, zullen misschien nog open staan om op zoek te gaan. Dit jaar was er weer een vormeling die echt alleen maar zijn vormsel deed uit liefde voor zijn moeder. Wanneer er gedurende de voorbereiding effectieve stappen van geloof van hem verwacht werden, koos hij resoluut om er niet aan mee te doen. Tot een 3 tal weken voor het vormsel, de vormelingen gevraagd werden om hun geloofsbelijdenis -waar ze met olie hun hand hadden ingedrukt -in de driehoek van Vader, Zoon en Heilige Geest neer te leggen, sprak die vormeling mij aan en vroeg: 'Mag ik mijn geloofsbelijdenis half in de driehoek en half er buiten neerleggen?' Uiteraard kreeg hij een 'ja' van mij. Onze ploeg kreeg hier een bevestiging in wat wij zaaien. We weten niet wat God met hen doet!
Ik gaf jarenlang bezinning bij jongeren middelbare school. Als we in een kringgesprek bij geloof belanden, dan kwam heel vaak de vormselvoorbereiding aan bod.
Ook ik ben van mening de beide keuzes moeten mogelijk blijven: vormsel op 12 jaar en op latere leeftijd.