Is er leven voor de dood?

Gisterenavond beëindigden we een studiesessie over de link tussen ignatiaanse spiritualiteit en pedagogie. 5 medebroeders, uit Frankrijk, Italië en België namen eraan deel. Heel verschillende contexten. Eenzelfde inspiratie. Drie dagen van samen uitwisselen, bestuderen van de Geestelijke Oefeningen, uitwerken van concrete vormingsinstrumenten, en ook, gelukkig maar, van rustig samen vieren en eten.

Xavier is net 50 jaar. Na heel wat jaren atheïst te zijn geweest, maakte hij een bekering door en werd jezuïet. Hij omschreef de uitdaging waar hij zich in zijn vormingswerk voor voelde staan op ietwat uitdagende wijze: de vraag voor veel tijdsgenoten is niet “Is er leven na de dood?” maar wel “Is er leven vóór de dood?”. Of brutaler uitgedrukt, met de woorden van Sartre: “Waarom blijven leven, eerder dan zelfmoord te plegen?”

Positief uitgedrukt, had Xavier het over de urgentie om mensen te doen ervaren dat het leven meer is dan de onmiddellijk waarneembare werkelijkheid. Er is ook het niveau van de innerlijkheid, of je nu gelovig bent of niet. Een diepere laag in de menselijke ervaring waar je een rijkdom, een kracht en een vreugde kan ervaren die van een andere orde zijn dan wat aan de bovenkant te rapen valt. Neen, niet in kick-ervaringen. Wel in je gewone dagdagelijkse leven. Het echte leven.

Reacties

RVH zei…
Men zegt dat we altijd in Gods gedachten hebben bestaan, en net zoals het moeilijk is in te beelden dat ik na de dood niet meer zou 'zijn', is het eigenlijk ook moeilijk in te beelden dat ik voor m'n kinderjaren niet 'was' eigenlijk.
Dit is misschien een mysterie van ons zelfbewustzijn dat alleen God kent..
Anoniem zei…
Alweer een kleine, maar heel fijne tekst om even bij na te denken. Echter, niet dat ik wil muggenziften, niet Sartre, maar Albert Camus heeft de vraag naar de zin of onzin van het leven in zijn naakte brutaliteit gesteld. Le mythe de Sisyphe begint als volgt: "Il n'y a qu'un problème philosophique vraiment sérieux: c'est le suicide. Juger que la vie vaut ou ne vaut pas la peine d'être vécue, c'est répondre à la question fondamentale de philosophie." Het absurde heroïsme van Camus' Sisyphus vind ik persoonlijk een onbegrijpelijk antwoord op deze prangende vraag. De existentiële vragen (dus niet enkel de materiele noden die omwile van onze biologische instandhouding moeten beantwoord worden) zijn voor mij ekel leefbaar (en aldus op te lossen) vanuit een fundamenteel vertrouwen in een providentiële werkelijkheid. Het leven is Gods gave en er wordt voor ons gezorgd, hoe onwaarschijnlijk dat soms lijkt in al die moeilijke momenten. Dat is niet zomaar een psychologisch doekje voor het bloeden, maar een diepe waarheid. Alles is afhankelijk van God, die niet enkel een causa sui is en een substantie waarvan alle andere dingen afhangen, maar vooral een persoon, die zich ook in de mens als Zijn evenbeeld heeft geopenbaard. Als we kunnen aanvaarden dat de materie in de mens bewust geworden is, waarom is het dan heden ten dage zo moeilijk om te aanvaarden dat er sinds de eeuwigheid al een bewust wezen heeft bestaan, dat ons altijd gewild heeft en dat ons liefheeft zoals een ouder zijn kind? Kan de mens werkelijk verder zonder dat besef, kan de mens enkel teren op aardse spijzen, brood en spelen? De hoge zelfmoordcijfers in de welvarende landen lijkt iets anders te suggereren en zo ook de moed van al diegenen die toch ja zeggen tegen het leven in al die delen van de wereld, waar honger, oorlog en ziekte schijnbaar domineren, maar die zich er toch niet door laten overwinnen.
Dank voor deze rechtzetting. Uw parate kennis van de existentialisten mag er zijn. Dank ook voor uw boeiende bijkomende bedenkingen!