Een Vlaamse jezuïet in Abidjan (4)



Van 5 tot 30 maart 2012 is Guido Dierickx sj gastprofessor aan het Universitair Centrum “Centre de Recherche et d’Action pour la Paix” (CERAP) in Abidjan (West-Afrikaanse jezuïetenprovincie), Ivoorkust. Speciaal voor de lezers van deze blog schrijft Guido regelmatig een kroniekje over zijn avonturen aldaar.

Geen foto’s
Tijdens het weekeinde heb ik een grote stap gezet, een stap buiten de omheining, eerst in de richting van een heel arme wijk, daarna naar een enorme en uiterst luxueuze supermarkt. In de arme wijk gingen we “un cousin” bezoeken van de directeur van de CERAP. Een gezin met enkele grote flinke zonen maar toch arm als Job. Ik wil hier niet in clichés over de armoede in de Derde Wereld vervallen. Enkel dit: ik zou niet willen eten wat de vrouw des huizes daar, voor haar voordeur, aan het klaar maken was. Ik was blij te merken dat ze in de schaduw kon zitten van een prachtige grote boom. Dat was dan toch een beetje comfort. Maar nee, die kippen die daar rondliepen, waren niet van haar maar van de buren. Op weg naar haar huisje maakte één van de voorbijgangers mij attent op het feit dat mijn buidelzak op mijn rug hing en open stond, met mijn camera goed zichtbaar. Een ontroerende eerlijkheid. Maar foto’s heb ik daar niet genomen. Ellende is geen schouwspel. Die op foto willen zetten voor anderen getuigt van een gebrek aan eerbied.

Saint Emilion
Daarna naar de grote supermarkt, één van het genre waarin ambtenaren van de internationale organisaties zich komen bevoorraden. Ik heb in mijn leven, als inkoper van ons huis in Antwerpen en als bezoeker van shopping malls in de VS al heel wat gezien. Maar deze hoort zeker thuis in de Premier League van de hypermarkten. Ik had me laten ontvallen dat ik wel Porto lustte. Je moet toch ergens een behoefte hebben die mijn gastheren de gelegenheid geeft om je een plezier te doen. We zijn buiten gegaan met twee flessen Porto en één fles Saint-Emilion. Gelukkig heb ik mijn gezel ervan kunnen overtuigen niet de allerduurste te nemen. En gelukkig heb ik hem niet verklapt dat ik in mijn land nog op andere dingen belust zou durven zijn. Het schrijnende is dat je daarna al die jonge straatventer ziet die op de kruispunten, midden op straat, de meest onmogelijke prutsen proberen te slijten aan de automobilisten. Behendig dat die zijn, ze overleven in het wilde verkeer. Geen wonder dat Ivoorkust goede voetballers voortbrengt. Maar ze hebben weinig succes. Ze hebben geen goed product, zouden de economisten zeggen, behalve degene die zakjes (kraantjes-)water verkopen aan de vele taxichauffeurs die heel de dag in hun hete wagen zitten. Let wel: zakjes, want plastiek flessen zijn te duur.

’s Avonds met één van de kaderleden van CERAP op prospectie naar een hotel buiten de stad dat in aanmerking zou komen om conferenties te herbergen. Heel nette kamers, goede accommodatie, maar weinig gasten. Want gelegen aan een afgelegen straat in slechte staat. Er zijn van die investeringen die toch wel heel ondoordacht zijn. Is de eigenaar wel eens van tevoren komen kijken. En de maaltijd was ook niet zo goed en bruiswater hadden ze niet . Gelukkig wel mineraal water dat in Ivoorkust zelf geproduceerd wordt. Zo hebben we daar een kleine bijdrage geleverd tot het BBP. Maar het CERAP heeft gelijk een bijdrage te willen leveren tot de vorming van een sociaaleconomische elite. 

Reacties