Over het wassen van een babytje en Witte Donderdag



Witte donderdag 2019: homilie

Exodus 12,1-8.11-14                           1 Korintiërs 11,23-26                          Johannes 13,1-15


Als  jezuïet in opleiding woonde ik in Parijs. Elke zaterdagmorgen was ik er vrijwilliger op een dienst voor palliatieve zorgen. De helft van de bedden was voorbehouden voor terminale aidspatiënten. Een van hen was Jean-Louis, een dertiger. Hij was vel over been. Gevolg van chronische diaree. Ik stapte zijn kamer binnen om wat bij te praten. Op dat eigenste ogenblik zag ik Jean-Louis uit zijn bed opspringen. Net op tijd om te voorkomen dat hij zichzelf zou bevuilen door de gevolgen van een zoveelste oncontroleerbare darmkramp. De geur was onuitstaanbaar. Maar nog pijnlijker was de gelaatsuitdrukking van die naakte man. Hij wist niet waar te kruipen van schaamte en walging. Ik ook niet …

Binnen de minuut stond er een verpleegster. Een jong meisje met een prachtige glimlach. Met een kwinkslag stapte ze, door de smurrie heen,  naar Jean-Louis toe. Ze reinigde hem en hielp hem terug zijn bed in. Haar eigen baby had ze niet met meer zachtheid en liefde kunnen verzorgen. Deze gebeurtenis speelde zich af zo’n 20 jaar geleden. Ik zie het nu nog voor mijn ogen. Deze herinnering werd bij mij werd getriggerd door de teksten van vandaag.

De instelling van de Eucharistie en de Voetwassing spelen zich weliswaar af in een heel andere context. Maar ook in deze beide gebeurtenissen staat een contrastervaring centraal. Zoals in heel het leven van Jezus. Een gelijkaardige contrastervaring.

In de scène van de voetwassing heeft die tegenstelling bijna iets grotesk. Jezus, zo kondigt Johannes aan, toont ons hier wat liefde is, tot het uiterste toe. Wat we te zien krijgen gaat niet over een geraffineerd spel tussen mooie mensen die van elkaar genieten temidden van zachte geuren en gedimpt licht. Evenmin over een kunstzinnige, litteraire of intellectuele prestatie, bedacht in een studeerkamer met Bach op de achtergrond. Op zich is daar niets mis mee. Het onthutsende getuigenis dat we vandaag krijgen is evenwel van een andere orde.

Twee zaken vallen op.

1.     Beide handelingen, de voetwassing en het laatste avondmaal, vinden plaats temidden het gewone leven: maaltijd en verzorging van de voeten. Het kan niet banaler. Dáár gebeurt het. In het dagdagelijkse leven. Het echte leven. Dáár wil God ons nabij zijn. Daar verlangt Hij dat ook wíj ons laten kennen.

2.     Beide situaties hebben iets extreem. Laten we even inzoomen op de voetwassing. Er is een bijna ondraaglijk onevenwicht binnen het gebeuren zelf. Jezus, de Man waar Petrus het meest naar opkijkt, kiest ervoor om vernederend slavenwerk te doen. Dat wil je toch niet. Niet voor niets reageert Petrus zo hevig. Ook voor ons is dit problematisch. Hoe kan je het wassen van de voeten verzoenen met de almacht en grootheid van God? Is God dan als een knechtje? Bovendien vraagt Hij om zijn voorbeeld te volgen.

Dit is  het echte raffinement en de ware verfijning van de liefde. Een Herder die zich zo schurkt aan zijn schapen dat Hij zowel hun kleine vreugdes kan delen als hun geur en luizen.  De ontmoetingsplaats bij uitstek tussen God en mens is het leven van elke dag. Schoonheid, én ruigheid. Tedere zorg én geschondenheid. Dat is de stuitende openbaring van de Eucharistie. Zij is 2000 jaar geleden begonnen. Zij gaat verder. In de palliatieve zorgen en elders.


Broeders en zusters, Jezus toont ons hoe God verlangt  te beminnen en te dienen in alle mensen en dingen. Jezus toont ons hoe ook wij, op onze beurt,  God kunnen beminnen en liefhebben in alle mensen en dingen.  Op de eerste plaats in de kleine en onooglijke. Die zijn namelijk het meest voorkomend en dus de belangrijkste. Ons gewone leven is de werkelijkheid waaraan onze God zich voorgoed en helemaal verbonden heeft. Daarom ligt net dáár de grootste bron van vreugde.

Reacties

Anoniem zei…
De Herder deelt de kleine vreugdes en de geur en de luizen. Wat een uitdaging, wel échte liefde.
Anoniem zei…
Theresia, wil jij hem verzorgen,hij is zo moeilijk. Ja dus.
Een sterkte man ooit, nu wanhopig vechtend zijn waarde te behouden.
Hij liet me mijn gang gaan. We glimlachten alleen. Het glas in zijn hand hing op half
zeven door de pijnstilling elk KWARTIER.
Wil je op hem letten, dan gaat hij van zaal. Hij lag naast zijn vriend -ook ziek.
Een broeder bleef in de buurt. Samen hebben we de meest aparte Kerststal gezet, het Kersttijd: een laken gespannen en de beelden erop, dwars door
elkaar. Het is nu Pasen. Het maakt weinig uit. De herinnering aan hem blijft; hij had de strijd verloren. Er was daar een kapel, ik heb een potje zitten janken. De erfenis kwam van zijn zus, want zelf zei hij nooit wat. "hij vond u de liefste".
Jezus hangend aan het kruis, uitgeput zegt niets tegen ons, alleen zijn Moeder en Johannes: we lezen nu wat Hij zei: doet dit om Mij te gedenken, Ik zal altijd bij jullie zijn.
Wij kunnen Hem niet vergeten, niet stervend, niet dood.
In ons leeft Hij verder: in allemaal. Mysterium fidei.

Meest gelezen

Waarom een jezuïet naar de hemel gaat en een dominicaan naar het vagevuur

Een vreemd mannetje waar iets heel bijzonders van uitgaat - feest van de gedaanteverandering:

Luister naar audioboek van Nikolaas Sintobin sj over ignatiaanse spiritualiteit

Vier de heilige Ignatius met een lied