Hoe overleven in de dictatuur van het goede gevoel?



Wie Ignatius van Loyola zegt, zegt onderscheiding van de geesten. In deze serie bespreek ik uiteenlopende aspecten van deze ruggengraat van de ignatiaanse spiritualiteit. Meer in  het bijzonder over wat te doen als het je niet goed gaat.

Het “goed gevoel”: deugddoend maar niet onontbeerlijk.

Ignatius relativeert sterk het belang van het “goede gevoel”. En wel op twee manieren.

Ten eerste omschrijft Ignatius de toestand waarin je je slecht voelt, en dus de afwezigheid van dat goede gevoel, als een “beproeving”. Meer nog, hij stelt dat, als die droefheid al niet gewild is door God, dat God er zich alvast niet tegen verzet heeft. Met andere woorden, als God het heeft toegelaten, dan moet daar blijkbaar iets goed uit kunnen voortkomen. Twee dingen kunnen hier uit afgeleid worden.

Ø  Hoe wenselijk en deugddoend dat goede gevoel ook is, het is blijkbaar een verkeerde voorstelling (bekoring) te denken dat dat goede gevoel levensnoodzakelijk zou zijn. Anders zou God niet toelaten dat het de goede mens overkomt om in droefheid te verkeren. Vreugde is levengevend, maar niet essentieel. In laatste instantie gaat het niet daar om. Ja, we kunnen ook zonder, hoezeer we er ook naar verlangen. We lijken soms wel in een  dictatuur van het goede gevoel te leven.

Ø  Ignatius suggereert dat je die afwezigheid van vreugde kan opvatten als een uitnodiging om het kaf van het koren te scheiden, om onderscheid te maken tussen het essentiële en het bijkomstige. En dat warme gevoel, hoe aangenaam en deugddoend ook, blijkbaar behoort dit niet tot het essentiële.

Anders gezegd, de beproeving, ook al is deze op zich niet goed en zal je er nooit om vragen,  kan je toch helpen om te  groeien in gratuiteit en vertrouwen, en om dichter te komen tot de kern.

Reacties