Ignatius, man van de Kerk - van welke Kerk? - Karl Rahner sj
Hieronder een reflectie over zijn houding ten aanzien van de Kerk.
Men noemt mij met nadruk een man van de Kerk, Marcuse noemt mij een soldaat van de Kerk.
Ik schaam me bepaald niet voor deze kerkelijke gezindheid. Ik wilde met mijn hele bekeerde leven de Kerk dienen, met dien verstande dat deze dienst uiteindelijk God en de mensen geldt en niet een instituut dat zichzelf zoekt. De Kerk heeft oneindige dimensies, want zij is de gemeenschap van gelovige mensen, die in hoop op weg zijn, die God en hun medemensen liefhebben en die vervuld zijn van de geest van God.
Maar - en voor mij is dat vanzelfsprekend – de Kerk is ook sociologisch bepaald. Ze is een concrete kerk in onze geschiedenis, een kerk van de instituties, van het menselijk woord, van de tastbare sacramenten, van de bisschoppen, van de paus van Rome, zij is de hiërarchische, Rooms-Katholieke Kerk. En als men mij een man van de Kerk noemt en ik dat als iets vanzelfsprekends erken, dan bedoelt men juist de Kerk in haar tastbare en harde institutionaliteit, de ambtelijke kerk, zoals jullie tegenwoordig zeggen, inclusief de niet bijster vriendelijke bijtoon die dat woord heeft.
Ja, ik was deze man van deze kerk. Dat wilde ik zijn. En ik kan eerlijk zeggen, dat dat nooit tot een onoplosbaar conflict is gekomen met het feit, dat ik God volstrekt onmiddellijk had leren kennen in mijn geweten en in mijn mystieke ervaring.

Reacties