Gebedstip: over hoe je diepste verlangens je gebed kunnen verrijken



Als ik met God in gesprek wil gaan en naar Hem wil luisteren, kan ik niet zomaar met de deur in huis vallen. Er is voorbereiding nodig en die moet zorgvuldig zijn. Ignatius hecht er groot belang aan. Zoals een atleet bij het begin van een lichamelijke oefening zich concentreert om zich de meeste kans te geven het beoogde doel te bereiken, zo ook is het belangrijk dat ik bij het begin van een Geestelijke Oefening even onder ogen neem “wat ik wil en verlang”. 

Het innerlijk stil worden om tot gebed te komen, betekent niet dat ik mijn verlangens tot zwijgen breng. Integendeel! Verlangens vormen de dynamiek van mijn dagelijks leven en dit leven neem ik mee in mijn gebed. Verlangens ontluiken aan mijn vreugden en mijn pijn, aan mijn momenten van licht of duisternis en twijfel. Ze ontstaan uit de goede en slechte ervaringen die ik meedraag in mijn geheugen. Ze zijn de reden van mijn angst of van mijn hoop naar de toekomst toe. Het zijn juist die verlangens die in mijn biddend luisteren en kijken naar Gods spreken en handelen in de Bijbel en vooral in de Jezus van het Evangelie, moeten “geordend worden” naar Zijn verlangen over mij.

Team Oude Abdij Drongen

Reacties

Meest gelezen

Wat is de echte vreugde? Het onthutsende antwoord van Franciscus van Assisi - citaat

Waarom je soms beter werkloos toeziet - Wijsheid (?) van Balsasar Gracián sj

Onderscheiding van de geesten voor beginners: over welke "geesten" heeft men het? - Joe Tetlow sj(1/3)

Waarom keuzes ertoe doen - aangrijpend tekenfilmpje

Ups en downs, voorwaarde voor geestelijke groei. Hoezo?! - Uitleg van Nikolaas Sintobin sj bij bijzondere vaststelling in Ignatius' autobiografie

Hoe onderscheidend omgaan met je gevoelens? - Onderscheiding voor beginners (2/3)

Hoe kan je weten of je geroepen bent om jezuïet te worden? - Het antwoord van Pedro Arrupe s

Waarom christenen niet geloven in de God van Plato en Aristoteles - Homilie voor deze zondag

Podcast met Nikolaas Sintobin sj over zijn commentaar op "Het verhaal van de pelgrim", de autobiografie van Ignatius van Loyola