Sacramentsdag: Rahner over wie Jezus eigenlijk is



In 1978 publiceerde Karl Rahner sj zijn intussen vermaarde « Brief van Ignatius aan jezuïeten van nu ». In dit essay van enkele tientallen bladzijden kruipt Rahner in de huid en pen van Ignatius en levert hij mijmeringen over wat het kan betekenen om vandaag jezuïet te zijn.

Op Sacramentsdag een stukje van Rahner over Jezus.

Voor mij was sedert mijn bekering Jezus zonder meer degene in wie God zich naar de wereld en naar mij boog. In die beweging van God is de onbegrijpelijkheid van het zuivere geheim geheel aanwezig en komt de mens tot zijn eigen volheid. De uniciteit van Jezus, de noodzaak Hem in een beperkte schat van voorvallen en woorden te zoeken, met het doel in dit kleine de oneindigheid te vinden van het onuitsprekelijke geheim, heeft mij nooit gestoord. De reis naar Palestina stelde ik mij werkelijk voor als een reis naar God in wie geen wegen zijn. En niet ik, maar jullie zijn onnozel en oppervlakkig, als jullie menen dat mijn verlangen naar het Heilig Land bijna vijftien jaar alleen maar een gril is geweest van een middeleeuwer, of zoiets als wanneer een moslim naar Mekka verlangt. Mijn verlangen naar het Heilig Land was het reikhalzen naar Jezus in zijn concreetheid. Want Hij is geen abstract idee.

Er bestaat geen christendom dat buiten Jezus om de onbegrijpelijke God zou kunnen vinden. God heeft gewild, dat velen, onzegbaar velen Hem vinden, alleen al doordat ze op zoek zijn naar Jezus en ze, wanneer de dood hun overkomt, toch juist met de van God verlaten Jezus sterven, zelfs als ze hun eigen lot niet met zijn gezegende Naam kunnen benoemen. Want God heeft deze duisternis van eindigheid en schuld alleen maar toegelaten in zijn wereld, omdat Hij ze in Jezus tot de zijne heeft gemaakt.

Reacties

"...want god heeft deze duisternis van eindigheid en schuld alleen maar toegelaten in zijn wereld,omdat HIJ ze in Jezus tot de zijne heeft gemaakt "K.Rahner"