Verwondering


Christoffel Waelkens is gewoon hoogleraar in de sterrenkunde aan de K.U.Leuven. Tijdens het voorbije bezinnings-WE van het Dondeynehuis gaf deze specialist in de astrofysica een getuigenis voor een 50-tal studenten over wat verwondering voor hem betekende. Hierbij kwam ook de christelijk-religieuze dimensie aan bod.

Wat me opviel bij deze exacte wetenschapper was zijn grote nederigheid.

“De grote bekoring voor de wetenschap, zo zei de professor, is die van Genesis 3: de bekoring om te komen tot de kennis van de ultieme werkelijkheid. Maar deze is a priori onvatbaar voor de wetenschap. De kernfysica kan geen antwoord bieden op de grote metafysische en ontologische vragen. De vraag waarom er iets is eerder dan niets ligt buiten het bereik van de sterrenkunde.”

Op de vraag naar de mogelijkheid van het bestaan van leven buiten de aarde antwoordde hij onder meer het volgende. “Het is vervelend voor de sterrenkunde dat onze Aarde en enige plaats is in ons heelal waarvan we weten dat er leven is en dat het onwaarschijnlijk is dat er elders leven zal worden aangetroffen. Dat is vervelend omdat het ingaat tegen het copernicaanse principe dat er niets uitzonderlijk is aan de Aarde.”

Hierbij aansluitend gaf hij ook nog mee dat de mogelijkheid dat wij als mensen alleen zijn in ons heelal, voor ons een enorme ethische verantwoordelijkheid impliceert. Het is gewoon te gek dat wij mekaar met kernbommen zouden bestoken.

Naar aanleiding van de vraag van een student stelde hij ten slotte dat, hoe gepassioneerd hij ook is door de sterrenkunde, de vraag van de zingeving en in het bijzonder de persoon van Jezus, voor hem meer bron zijn van verwondering dan de wetenschap.

Reacties

Christof zei…
Of hoe de academische bezigheid van het verstand, zowel natuur- als menswetenschappen als theologie en filosofie, een bijdrage kan leveren aan de totstandkoming van onze relatie met de Ander. (wat overigens geenszins impliceert dat gelovige natuurwetenschappers voor hun heuristiek bij de theologie moeten aankloppen.)
Dat kan alleen wanneer die verstandsonderneming en wat het aan kennis oplervert als middel tot verwondering en bewondering worden beleefd, en niet als een doel in zichzelf of als louter 'nuttig' en 'praktisch': de gelovige academicus/-a vaart er misschien het best bij, wanneer hij of zij het midden tracht te houden tussen wetenschapsbeoefening als louter een nutsmiddel en als doel op zich. Maar, dat lijkt niet vanzelf te gaan en vraagt oefening en gebed.

Meest gelezen

Hoe een capucino het verschil kan maken als je van de ene dag op de andere invalide wordt: het getuigenis van Jurjen

Bestaat atheïsme echt? Het antwoord van Lode Van Hecke, abt van Orval

Begeleiding genieten: een dubbelgeschenk (1/4)

Het sterfbed als leessleutel voor de ontmoeting met Jezus - homilie van Nikolaas Sintobin sj