23ste zondag A: Ez. 33, 7-9; Rom. 13, 8-10; Mat. 18, 15-20 Kent u artikel 422 bis van het Belgisch Strafwetboek? Ik lees het u even voor: Met gevangenisstraf van acht dagen tot (een jaar) en met geldboete van vijftig tot vijfhonderd € of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert, hetzij hij zelf diens toestand heeft vastgesteld, hetzij die toestand hem is beschreven door degenen die zijn hulp inroepen. “Schuldig verzuim” heet dit misdrijf. Inderdaad, de strafwet verplicht u en mij om mensen die in groot gevaar verkeren, te hulp te komen. Doen we dit niet, dan kunnen we strafrechtelijk vervolgd worden. Met andere woorden, de wetgever stelt als principe dat er een basissolidariteit moet bestaan tussen de bewoners van dit land. We moeten niet te ver gaan zoeken naar de oorsprong van deze wetsbepaling. We hebben er zonet drie voorlopers of, beter gezegd, grondleggers van beluisterd. Het ...
Reacties
laat ik proberen het uit te leggen:
het gaat hier om vrije wil. "De mens geschapen naar Gods beeld" wil zeggen dat we een vrije wil hebben. Wie eerst voor het dienen van God gaat en zijn eigen zaken op de tweede plaats zet, zegt daarmee in daden dat hij op God vertrouwt, en geeft met zijn vrije wil zo aan God de toestemming om te handelen. Wie - voor al het andere - eerst voor zichzelf zorgt, zegt daarmee: God, ik moet voor mezelf zorgen, want op U kan ik niet rekenen. God handelt niet, tenzij wij het Hem toelaten. Dus voor wie "God bovenal bemint" en voor Hem in de weer is, voor hem kan (begrijp 'mag') God beter zorgen, dan voor wie zijn eigen belang boven dat van God verkiest.