In dit romannetje (Ten Have Baarn, 2003) beschrijft Maurice Bellet, priester, theoloog en psychoanalist, hoe meneer Périer, een onbeduidend burgermannetje, zonder het zelf te beseffen, een mystieke ervaring krijgt. Geleidelijk aan gaat dit zijn grijze leven van binnenuit veranderen (1/3). In dit eerste uittreksel beschrijft Bellet de mystieke ervaring. Wat ziet hij? Monsters, hersenschimmen, goden die uit de hemel neerdalen? … Niets van dat alles. Nee, meneer Périer ziet wat iedereen ziet: de ronde waterpartij, de fontein, de mensen op de stoelen, een ventje dat achter een wegvliegende duif aanholt, … En hij ziet de open hemel. Wat meneer Périer ziet is zo onverwacht, hij is er zo slecht op voorbereid, het heeft zo weinig gemeen met al wat er mogelijk in zijn hoofd omgaat dat hij niet eens weet dat hij een visioen heeft. Hij heeft slechts een wonderlijk gevoel van warmte, zachtheid en alomvattende welwillendheid; het licht lijkt weldadiger en scherper ...