Dageraad

1ste zondag van de advent

Jesaja 2, 1-5; Rom 13, 11-14; Mt 24, 37-44

Homilie

De voorbije week was ik hier in de Oude Abdij in Drongen voor een 3-daagse sessie met jonge leerkrachten. Tot voor enkele jaren moesten we bij zulke sessies ‘s morgens voorzien in een wekdienst voor diegenen die geen wekker bij hadden. Dit is definitief voorbij. Allen hebben ze hun GSM bij en dus een wekfunctie die maakt dat ze op het gewenste uur, met een harptoon of pianomuziek of nog een ander zoet geluid, worden wakker gemaakt.

In de tijd waarin Paulus zijn brief aan de Romeinen schreef waren die GSM’s er nog niet. Het zou waarschijnlijk ook niet zo’n verschil hebben uitgemaakt. Want als Paulus schrijft “ Gij weet dat het uur om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken”, dan doelt hij duidelijk niet op het ’s morgens wakker worden.

Wel wil hij zeggen dat de eindtijd is aangebroken. “De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan." Na duizenden jaren wachten, is de Messias gekomen. Voorgoed. Hij heeft de volheid van de Blijde Boodschap geopenbaard. In woord en daad. Eigenlijk is er niets meer om op te wachten. De zaken zijn nu klaar en helder.

Daarnet kregen we uit de mond van Jezus woorden te horen die mogelijks vreemd kunnen overkomen. “Dan zullen er twee op de akker zijn: de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten: twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de ene wordt meegenomen, de andere achtergelaten.” Neen, het gaat hier niet om een afdreiging. Wel over een oproep om op een verantwoorde wijze gebruik te maken van onze vrijheid. Elk uur, elke dag die voorbij gaan zijn definitieve kansen waar we al dan niet op ingaan.

Immers, zo profeteert Jesaja, in die dagen, ttz, in de eindtijd, ttz, nu “ zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog leren oorlog voeren.” De eindtijd, ttz, onze tijd, heeft het ongelofelijke voorrecht om ten volle te mogen delen in de heerlijkheid van onze God. Niet alleen worden wij uitgenodigd om voluit mee te werken aan de komst van het Rijk van God. Meer nog, de Heer belooft ons dat “Hij ons zijn wegen zal wijzen en dat wij zijn paden zullen bewandelen.” Hij staat klaar om de vervulling van de belofte waar te maken. De enige bijdrage die God van ons vraagt is dat we ons ter beschikking stellen, dat we toelaten dat Hij, in ons en in onze wereld, zijn doorlopende openbaring bewerkstelligt.

Zij we daartoe bereid? Zijn we reeds voldoende wakker en op de been om ons toe te vertrouwen aan Hem?

Mogelijks de grootste genade die Ignatius ten deel is gevallen bij zijn bekering in Loyola is dat hij zich daar helemaal en voorgoed aan Gods actieve genade heeft toevertrouwd. Althans in de mate, dat hij, met vallen en opstaan, de werking van die genade geleidelijk aan leerde te onderscheiden. Die overgave heeft zijn leven een unieke rijkdom en schoonheid gegeven. Het nu volgende citaat van hem komt dan ook van een ervaringsdeskundige.

Slechts heel weinig mensen beseffen wat God met hen zou kunnen doen indien ze zich aan Hem zouden toevertrouwen en zich door Zijn genade lieten kneden. Een dikke en vormeloze boomstam zou nooit geloven dat hij een beeld zou kunnen worden dat bewonderd wordt als een wonder van vakmanschap; hij zou zich nooit onderwerpen aan de beitel van de beeldhouwer die met zijn genie ziet wat hij er van kan maken. Vele mensen die we kennen leven eigenlijk amper als christenen. Ze snappen niet dat ze heilig zouden worden, mochten ze toelaten dat Gods genade hen vormt en mochten ze Zijn plannen niet dwarsbomen door weerstand te bieden aan wat Hij wil doen. ”

De dag breekt aan. Laten we opstaan, wandelen in het licht van de Heer en ons met Hem bekleden.





Delen

Reacties

Anoniem zei…
Een zeer mooi stuk tot begin van deze advent!
Veel dank!

Meest gelezen

"Ik zal blij zijn als ik andermaal sterf" - een gedicht-overweging van T.S. Eliot over de drie Koningen

Knip hem door, nu het nog kan ...

"Doe het tegenovergestelde van wat je spontaan zou doen": zeven ignatiaanse tips voor een beter leven in tijden van corona