Doet God aan marketing? Homilie van Nikolaas Sintobin sj voor deze zondag
18de zondag (A): Jes. 55, 1-3; Rom. 8, 35.37-39; Mat 14, 13-21
Ik heb een aantal jaren economieles gegeven. Ik moest mijn leerlingen onder meer inwijden in de marketing. Welnu, een van de basisbeginselen van de marketing die ik hen moest bijbrengen gaat over het belang van de prijs. Hoe hoger de prijs, zo denkt de klant, hoe beter het product. Sommige klanten wensen enkel maar te kopen wat behoort tot een hogere prijsklasse. Een typisch voorbeeld hiervan zijn de panty’s. Dames, vaak zijn de panty’s van de duurdere prijsniveaus exact dezelfde als de goedkopere. Enkel maar de verpakking en de naam zijn anders. Maar sommigen onder u hebben blijkbaar alleen maar vertrouwen in wat voldoende duur is. De treinreizigers onder u weten het ook. De gratis metrokrant zie je overal rondslingeren. Maar het is zeldzaam dat betalende kranten in de trein worden achtergelaten. Iets wat geld kost, daar draag je zorg voor. Waardevol is datgene wat je kan kopen voor veel geld. Omgekeerd, hoe ruimer toegankelijk een bepaald product is, hoe minder het dient gerespecteerd te worden.
Dit is “een” logica. We kennen ze.
Blijkbaar heeft onze God zelf geen marketingstudies gedaan. Het zou kunnen dat die economische discipline toen nog niet voldoende ontwikkeld was. Het zou ook gewoon kunnen dat onze Schepper bewust een andere logica hanteert.
“Geniet zonder geld en zonder te betalen” zegt hij doorheen de mond van Jesaja. En dan niet zoals in de casino’s van Las Vegas waar voedsel en drank ook gratis zijn. Die gratuïteit is daar echter opnieuw een marketingtruukje om mensen veel geld te doen uitgeven bij het gokken. Neen, onze God biedt zijn waar zó maar aan. Welke is zijn waar? Ze wordt genoemd aan het einde van de eerste en aan het begin van de tweede lezing: leven en liefde. Noch min noch meer, leven en liefde. Ze zijn niet te koop. Ze zijn niet het privilege van één bepaalde categorie mensen. God biedt ze zo maar aan. Aan iedereen.
Vraag is natuurlijk wat je kan doen om in te gaan op dat aanbod. Hoe kan je dat leven en die liefde ten volle ontvangen in jouw concrete bestaan. Of liever, hoe kan je hierin groeien?
Zowel de tweede lezing als het Evangelie geven ons elk een aanwijzing. Ze zijn algemeen en toch ook ergens heel concreet.
In de brief aan de Romeinen spreekt Paulus ons met zijn gekende hartstocht over de verbondenheid met Jezus. Altijd, maar dan ook altijd op zoek gaan naar Zijn gezelschap. Altijd, maar dan ook altijd ons bewust proberen te zijn van Zijn aanwezigheid. Zijn liefde voor ons is sterker dan alles. Niets kan die uitdoven. Welke beproeving dan ook. En de beproevingen die Paulus opsomt zijn niet de minste.
Voor wie deze woorden echt tot zich wil laten doordringen, lijken ze me even uitdagend als troostend. Ze plaatsen ons radicaal voor de kern van ons geloof in de levende Heer: de uitnodiging tot voortdurende vriendschap en vertrouwvolle omgang met Hem. In goede en in kwade dagen.
Ook de evangelielezing geeft ons een aanwijzing over hoe we kunnen groeien in leven en liefde, in het bijzonder doorheen de houding van de mensen die Jezus achterna gaan. Het lijkt me duidelijk dat de mensen die die dag naar Jezus toe kwamen geen nuchtere Vlamingen of Nederlanders waren. Daarvoor zijn wij al te zeer “beide voeten op de grond”: als je op dagtocht vertrekt, dan neem je een picknick mee, dan organiseer je je toch, zeker als je naar een verlaten streek trekt.
Heel goed en wijs overigens. Het is niet zo maar dat we hier zo’n hoge levensstandaard hebben ontwikkeld. Maar wij hebben zo stilaan wel de neiging ontwikkeld om alles te willen organiseren; we willen niet afhankelijk zijn van het onbekende, we willen de touwtjes zelf in handen hebben.
Maar als je alles zelf wil plannen, blijft er dan nog een plaatsje voor God? Als we alle onbekende factoren willen uitschakelen, dreigen we dan ook niet God zelf uit te schakelen? Per slot is het toch een beetje omdat die arme sloebers zonder veel nadenken zo maar halsoverkop Jezus achterna waren gerend, dat ze op wonderbare wijze uit Zijn handen hebben kunnen eten.
Loslaten, afhankelijk durven zijn, zo maar ontvangen, vertrouwen, nederig uit handen geven … We aanvaarden het maar als we niets anders kunnen. En dan nog. Maar het is wel de houding die nodig is om echt te kunnen luisteren naar het Woord van God en om onze Heer te kunnen ontmoeten. Daar en wanneer HÃj zich aanbiedt.
Neen, Jesaja heeft niets aan actualiteit ingeboet. “Luistert, luistert naar Mij: dan eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij en luistert en gij zult leven.” De vriendschap met Jezus en nederigheid zijn de bevoorrechte weg naar volheid van leven en liefde.
Het gaat over de waarheid van ons bestaan. Daarom zijn ze met geen geld te koop maar gratis. We zijn er allen toe uitgenodigd.

Reacties