Waarom je moed nodig hebt om echt te geloven - Piet van Breemen sj


30 jaar geleden las ik voor het eerst de tekst “De moed om te aanvaarden dat men aanvaard is” van Piet van Breemen sj (uit “Als brood dat wordt gebroken”, Lannoo, 1977). Hij grifte zich meteen in mijn geheugen. Een uittreksel.

Tillich definieert geloof als “de moed om te aanvaarden dat men aanvaard is”, en hij bedoelt: aanvaard door God. Men zou kunnen denken dat zo’n geloof niet veel moed vereist. Integendeel, het klinkt misschien wat zoet en gemakkelijk. Maar er is wel degelijk moed voor nodig en dikwijls ontbreekt die moed. Waarom is het moedig te aanvaarden dat men aanvaard is? Op de eerste plaats: als er dingen gebeuren die ons teleurstellen, zijn we geneigd om te klagen “Hoe kan God dit toelaten?” We beginnen te twijfelen aan Gods liefde. Er is moed voor nodig om te geloven dat God ons aanvaardt wat er ook met ons gebeurt. Zo’n geloof gaat verder dan mijn persoonlijke ervaring. Geloof is dan een interpretatie van het leven die ik aanvaard.

Op de tweede plaats: Gods liefde is eindeloos. Wij kunnen het nooit begrijpen, in onze greep krijgen. Het enige wat wij kunnen doen is springen en ons storten in de eindeloze diepte er van. En we springen niet graag. Wij zijn bang het niet meer in onze greep te houden. De Zweedse bekeerling Sven Stolpe vergelijkt het geloof met het beklimmen van een heel hoge ladder en als men op het uiterste puntje van de ladder staat, hoort men een stem die zegt “Spring maar en Ik vang je wel op”. Degene die springt, dat is de man van geloof. Er is moed voor nodig om te springen. 

Piet van Breemen sj

Reacties

guy zei…
Doet me denken aan : "un au-delà de la pensée est impensable" en dit is nochtans wat gevraagd wordt; geloof en vertrouwen.

Meest gelezen

Hoe paus Franciscus zwakke plekken blootlegt bij katholieken én protestanten

Een geslaagd leven en humor

Allereerste verklaring waarom je je niet lekker voelt - Help, het gaat niet goed met mij (6/11)

Hoe kan je weten of je houdt van God? - De ervaring van Pedro Arrupe sj