Ego flos - Zalig Pasen met Guido Gezelle

EGO FLOS

Ik ben een blomme 
en bloeie vóór uwe oogen, 
               geweldig zonnelicht, 
               dat, eeuwig onontaard, 
               mij, nietig schepselken, 
in ’t leven wilt gedoogen 
               en, na dit leven, mij 
               het eeuwig leven spaart. 
               
                     Ik ben een blomme 
en doe des morgens open, 
               des avonds toe mijn blad, 
               om beurtelings, nadien, 
               wanneer gij, zonne, zult, 
heropgestaan, mij nopen, 
               te ontwaken nog eens of 
               mijn hoofd den slaap te biên. 

                     Mijn leven is 
uw licht: mijn doen, mijn derven, 
               mijn’ hope, mijn geluk 
               mijn éénigste en mijn al; 
               wat kan ik, zonder u, 
als eeuwig, eeuwig sterven; 
               wat heb ik, zonder u, 
               dat ik beminnen zal? 

                     ’k Ben ver van u, 
ofschoon gij, zoete bronne 
               van al dat leven is 
               of immer leven doet, 
               mij naast van al genaakt 
en zendt, o lieve zonne, 
               tot in mijn diepste diep 
               uw aldoorgaanden gloed. 

 

Haalt op, haalt af! . . .
onbindt mijne aardsche boeien; 
               ontwortelt mij, ontdelft 
               mij!
. . . Henen laat mij,  . . . laat 
               daar 't altijd zomer is 
en zonnelicht mij spoeien 
               en daar gij, eeuwige, ééne, 
               alschoone blomme, staat. 

                     Laat alles zijn 
voorbij, gedaan, verleden, 
               dat afscheid tusschen ons 
               en diepe kloven spant; 
               laat morgen, avond, al 
dat heenmoet henentreden 
               laat uw oneindig licht 
               mij zien, in 't Vaderland! 

                     Dan zal ik vóór . . .
o neen, niet vóór uwe oogen 
               maar naast u, nevens u, 
               maar in u bloeien zaan; 
               zoo gij mij, schepselken, 
in 't leven wilt gedoogen; 
               zoo in uw eeuwig licht 
               me gij laat binnengaan!

 

             1898, Guido Gezelle

Reacties

Marie-claire De langhe zei…
Dank voot dit mooie paasgeschenk

Meest gelezen

Het vaak vergeten eerste deel van de biecht (Hoe biechten? 2/3)

Een verrijzenis die naar de keel grijpt, ook al is ze gevouwen en geknipt - animatiefilm

Wat je óók te horen krijgt in de biecht - citaat met commentaar van Nikolaas Sintobin sj

Hoe biechten? Tips voor mensen voor wie dit niet evident is (1/3)

De dubbele gedrevenheid van Thomas Merton vlak voor hij intrad bij de trappisten - Citaat

Waarom we stille zaterdag graag overslaan - de uitleg van Karl Rahner sj

"Niemand is veroordeeld tot middelmatigheid" - Nikolaas Sintobin sj in gesprek met Leo Fijen