Flavio, een Italiaanse medebroeder, vertelde mij hoe hij enkele jaren geleden het, overigens uitstekende, seminarie van Milaan verliet om in te treden in de SJ. Het was hem, na drie jaar, duidelijk geworden dat hij eigenlijk geroepen was tot religieus leven. In het bijzonder had hij verlangen naar gemeenschapsleven gemist bij zijn medeseminaristen die zich voorbereidden om pastoor te worden, en dus om alleen te leven. Erik, een Slowaakse medebroeder in opleiding, vertelde dan weer tijdens hetzelfde gesprek hoe problematisch het gemeenschapsleven was in zijn provincie. De oudere medebroeders – ingetreden en gevormd vóór de val van de Muur – bleven het moeilijk hebben met het broederlijk samenleven, -bidden en delen, na die langen jaren van leven in het verborgene en in het isolement. Het gemeenschapsleven leek Erik de grootste uitdaging te zijn voor de SJ in zijn land. Geen toeval dat de wereld-SJ, in haar voorbije Algemene Congregatie, het gemeenschapsleven heeft omschreven als integ...