Vossenjacht


Vader abt was erg bezorgd. Er waren heel wat jonge mannen die in de abdij intraden. Maar er waren er ook heel wat die, na enige tijd, de gemeenschap opnieuw verlieten. Telkens hadden ze goede redenen om weg te gaan. Het waren enkelingen die bleven.

Op een dag was hij hierover aan het tobben toe hij voor zijn ogen iets zag gebeuren dat hem klaarheid verschafte: een vossenjacht. Het arme dier rende door het veld, achtervolgd door een meute honden en, op een zekere afstand, de jagers. Het beest liep voor zijn leven met de blaffende honden achter hem aan.

Maar abt merkte op dat, naar het einde toe van die luidruchtige bedoening, er maar enkele honden overbleven. De andere hadden de achtervolging opgegeven. De ene was aan het rusten, een ander was aan het snuffelen en nog anderen waren leuk aan het ravotten. Wanneer uiteindelijk de jacht ten einde was ging de abt naar een van de jagers toe en stelde hem deze vraag: hoe komt het dat bijna alle honden afgehaakt hebben en dat die twee honden de vos tot het einde toe gevolgd zijn?

De jager begon te glimlachen; alsof het antwoord op die vraag voor hem meer dan duidelijk was. “Luister eens, pater, bij het begin van de jachtpartij rennen en blaffen alle honden. Maar de meeste van hen hebben de vos niet gezien. Ze rennen maar mee te midden van de drukte en de verwarring. Wie tot het einde toe volhouden zijn diegene die de vos gezien hebben.”

Reacties

Meest gelezen

"Ik zal blij zijn als ik andermaal sterf" - een gedicht-overweging van T.S. Eliot over de drie Koningen

Ignatiaans bidden met psalmen: hoe en waarom - Podcast met Nikolaas Sintobin sj

Knip hem door, nu het nog kan ...

Waarom het gebed vaak "niet lukt"

Houdt God in het bijzonder van mij persoonlijk? - Piet van Breemen sj

Als de Sint-Pietersbasiliek doet denken aan de synagoge van Nazareth - Homilie Nikolaas Sintobin sj