De laatste etappe van de reis

Welke plannen houdt God voor ons in petto voor
de jaren dat we ouder worden? Hoe kunnen we de langzame verzwakking van onze krachten en onze pijn zinvol
beleven? Kan het dikwijls bittere water van deze jaren ooit nog in wijn
veranderen? Ouderdom schrikt de meesten onder ons af; we hebben hulp nodig om
de juiste koers te varen. En soms ontmoeten we
dan wijze mensen die ons helpen de juiste weg te vinden, mensen die met
de realiteit van hun ouderdom in het reine zijn gekomen. Zij zijn eenvoudigweg
zichzelf; zij doen niet ‘moeilijk’, - ten minste niet voor lange tijd. Liefde
straalt van hen uit naar hun omgeving, ook al hebben ze een hartinfarct gehad
en kunnen ze nog nauwelijks praten. Kan je zulke mensen vinden, doe dan je best
te zijn zoals zij. En kan je worden zoals zij zijn, dan word je een zegen voor
de wereld.
Om de laatste etappe van onze reis aan te
durven, is toch wel enige ervaring van Gods goedheid nodig. Van God – of we het
nu herkennen of niet – komt ‘al wat goed is’ (Eucharistisch gebed 4). Dit
overwegen doet ons goed. Dan komen we
tot het inzicht dat onze ontwikkeling tot het huidige stadium van ons leven ons
al meer dan eens heeft gevraagd afstand te doen van vroegere, comfortabele
stadia. Mochten we ergens tegenstand hebben geboden, dan was er iets – of
Iemand! – die ons een duwtje gaf totdat we dat verleden toch maar lieten
vallen. Dat duwtje was voor ons goed – zoals het duwen bij een geboorte. Het
bracht ons telkens een stap vooruit, verder en beter.
Dit proces zet zich ook verder in onze laatste
jaren. Het finale duwtje en het finale laten vallen, ons sterven, zal ons iets
onvergelijkbaars beter brengen dan wat we nu kennen. Alleen met lege handen
kunnen we wat vóór ons ligt in ontvangst nemen. Een wijze en goede God
dirigeert ons ouder worden. Zo kunnen we ons aan dit proces toevertrouwen in
het geloof dat God ons nieuwe inzichten
zal schenken in datgene waarover het in het menselijke leven eigenlijk
gaat. ‘Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen
mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben’ (1 Kor
2,9).
Reacties
O goede Jezus, Uw heerlijkheid heeft mij veroverd, ik ben de Uwe, neem mij geheel in bezit, doe Uw volle recht op mij gelden, ik geef mij over aan Uw waarheid, Gij zijt mijn koning en mijn God, spreek Heer, Uw eigendom luistert, bepaal mijn toekomst, maak mij mijn weg bekend, de weg die mij leidt naar Uw plan met mijn leven.
Het eigenaardige is nu dat ik dit gebed altijd kan bidden tot op mijn laatste dag, zonder dat de gedachte bij mij op zou komen dat Gods plan allang uitgevoerd had moeten zijn of andere bezwaren. Gods plan begint elke dag weer opnieuw kennelijk. Hieruit leid ik af dat men aan "in alle dingen" kan toevoegen: "in alle uren of tijden". Dit is voor mij een troostvolle gedachte, die ook geheel correspondeert met het laatste traject van de Zaligmaker zelf.