"Op het potje gaan" als weg om dichter bij God te komen


Graag deel ik met u mijn homilie voor dit WE.

Homilie voor de zesde zondag door het jaar A
Sirach 15,15-20                    1 Korintiërs 2,6-10               Matteüs 5,17-37

Ik heb het geluk 16 neefjes en nichtjes te hebben. 8 jongens en 8 meisjes. Lange jaren was ik   de regelmatig getuige van hoe mijn broers en zussen hun kinderen opvoedden. Leren op het potje gaan, leren spreken met twee woorden, je bord leegeten en nog honderden andere zaken. Wat een geduld, voor de ouders. Wat een vertrouwen en goede wil, langs de kant van de kinderen. Jaren aan een stuk. Dag in, dag uit. Iets analoogs gebeurt ook ook op school, in de sportclub, in de jeugdbeweging, tussen de leeftijdsgenoten, enz.

Geleidelijk aan zie je dan hoe de persoonlijkheid van zo’n aankomend mensje zich vormt. Hoe die regeltjes beetje bij beetje geïntegreerd worden. Of niet. Hoe de een er anders mee omgaat dan de ander. Dat het soms vanzelf lijkt te gaan. En op andere ogenblikken dan weer heel moeilijk. Dat té voorbeeldig willen zijn  ok niet goed is. Of nog, dat het net teken van groei kan zijn als een kind gaat rebelleren tegen die regels.

Samengevat, een juiste, volwassen houding vinden tov de “Wet” is een enorme opgave. Niet alleen voor kinderen trouwens.

Deze vraag staat centraal in de lezingen van vandaag. De vraag naar de juiste houding tav de Wet is geweven als een rode draad doorheen de geschiedenis van het volk Israël. Tot op vandaag. Ook voor ons christenen is het een belangrijke vraag.

Het eerste vers uit de eerste lezing uit het boek Sirach doet meteen een sterke uitspraak: “Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden, en het is ook verstandig te doen wat de Heer behaagt.”  We weten uit eigen ervaring. Als we er een inspanning voor doen, als we het echt willen, dan is er al een flink deel van de weg afgelegd. Het is ook goed te weten welke de zin is van de wet.  Begrijpen helpt om de regel te respecteren. Ook als het gaat over Gods voorschriften, de 10 geboden.

En tegelijkertijd blijkt dit niet te volstaan. Jezus, in het Evangelie volgens Matteüs dat we zonet hoorden, geeft er de schriftgeleerden en de Farizeeën een bolwassing. Nochtans stonden diezelfde schriftgeleerden en Farizeeën er voor bekend dat zij expert waren in het naleven van de de Joodse Wet. En wel op heel scrupuleuze wijze, tot in de kleinste details. Toch zegt Jezus over die mensen dat zij het Rijk der Hemelen niet binnen zullen gaan. De Wet is geen doel op zich.

Vervolgens geeft Hij concrete voorbeelden om te illustreren wat Hij bedoelt: “Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden.” Wie van ons hier aanwezig kan van zichzelf zeggen dat hij steeds en strikt leeft volgens wat Jezus ons hier vraagt te doen. We willen  ons wel verzoenen en in vrede leven met iedereen. We snappen ook dat het prachtig zou zijn. Doen we het? Kunnen wij leven volgens de wet van de liefde wij met de radicaliteit die Jezus ons vraagt en die Hij zelf ook voorleeft? Want daar gaat het over.

Ik zal alvast voor mezelf antwoorden. Ik heb het hier vaak heel moeilijk mee. Ik wil wel. Maar de feiten in mijn leven zijn vaak anders. Ik vermoed dat ik niet de enige ben. Betekent dit  dan dat wij Jezus’s oproep eigenlijk aan ons voorbij moeten laten gaan?

In de tweede lezing, uit de eerste brief aan de Korinthiërs, reikt Paulus ons de sleutel aan. Hij ontkent niet dat wij mensen zwak en beperkt zijn. Maar hij legt uit dat God zelf naar ons toekomt.  Hij geeft ons wat wij nodig hebben. In het bijzonder zendt God ons zijn Geest die ons vérder kan leiden dan wij kunnen vermoeden. Het enige wat God ons vraagt is dat wij bereid zijn om van Hem te houden: ons aan Hem toevertrouwen, ook in onze zwakheid en ons onvermogen.

De wet, de regels kunnen ons de weg tonen. Maar de Goede Boodschap is dat Jezus zelf die Weg is, en dat Hij ons zijn  Geest geeft om verder te kunnen gaan op die weg. Met de Heer wordt het mogelijk om de volheid van de Wet te beleven. Aan ons om God toe te laten om zijn Geest in ons werkzaam te laten zijn. Om ons niet te laten leiden door angst. Wel door vertrouwen. Vertrouwen dat het Gods diepste verlangen is om ons steeds meer te laten groeien in het mysterie van zijn Liefde. Liefde die ons geneest van onze kleinheid en beperktheid.  De liefde die ons deel doet hebben aan het leven van God.

Ja, Gods wetten en regels  zijn belangrijk. Maar belangrijker nog is God zelf.  God is groter dan de wet. Een goede opvoeding is een zegen. De opvoeding is des te beter naarmate zij de jonge mens vrij maakt om voluit te kunnen leven en beminnen. Daarvoor zijn wij geschapen. 

Reacties

Meest gelezen

De vasten: ramadan van de christenen? - Verschil tussen christelijk vasten en de ramadan - Een antwoord van Nikolaas Sintobin sj

Licht dat leven geeft: Tim van de Veen sj legt uit waarover de komende 40-dagenretraite zal gaan

Wat maakt vasten tot christelijk vasten? Nikolaas Sintobin sj legt het kort en bondig uit - video

Creativiteit als remedie tegen angst - Serie van Nikolaas Sintobin sj over "Creëren, teken van hoop" (3/8)

Nikolaas Sintobin sj over schuld en boete, de taal die God spreekt, wat hij leerde van een Brusselse bedelaar ... - Videogesprek met Leo Fijen

Amerikaanse kardinalen zeggen Trump de wacht aan - Lees hier de tekst (in het Nederlands)

Wat is de kern van het christelijk bidden - Nikolaas Sintobin sj getuigt - video en podcast

Bidden met de Bijbel: mini-videocursus - deel 1: De voorbereiding en de opstart