Wat godsdienstig niet en wel betekent - Edith Stein
Onderstaand citaat komt uit een brief van 1928, 10 jaar vooraleer ze in de Karmel intrad.
“In de periode die onmiddellijk aan mijn bekering voorafging en ook nog een hele tijd nadien, dacht ik dat godsdienstig leven betekende dat je abstractie moest maken van alles wat aards is en zo leven dat je enkel nog maar denkt aan de dingen van God.
Maar geleidelijk aan ben ik gaan begrijpen dat ons iets anders wordt gevraagd in deze wereld en dat men, zelfs in het meest contemplatieve leven, niet het recht heeft om de band met de wereld door te knippen.
Ik geloof zelf dat hoe dieper je aangetrokken wordt tot God, hoe meer je ook, in die zin, uit jezelf moet treden, ’t is te zeggen naar de wereld gaan om er het goddelijk leven uit te dragen.”
Reacties
Dit doet me denken aan een vriendin van me, Stacie S. Hagan, die wat ik begrijp van Edith Stein, volgende metafoor gebruikt. Teneinde niet van deze wereld te zijn moet je je geconstrueerde zelf, met al zijn overtollige eisen en verwachtingen van je afschudden, zoals een slang zich van haar oude huid ontdoen. Je bevrijdt je als het ware zelf uit die bekrompenheid. Je bent niet meer de gecreëerde zelf, je komt dichter bij je Originele, Creatieve Zelf.
Je bent niet 'van' de wereld en toch totaal 'in' de wereld!
Creatively,
Johan