Karl Rahner sj: waarom studie van het zieleleven van een kakkerlak belangrijk kan zijn voor een jezuïet
« Je begrijpt me nu wel, denk ik, als ik stel, dat het geven van de Geestelijke Oefeningen voor jullie, jezuïeten, de voornaamste taak moet zijn. Met Geestelijke Oefeningen bedoel ik dan natuurlijk geen cursussen die door de Kerkelijke Overheid worden georganiseerd en die aan velen tegelijk worden gegeven. Ik bedoel dat we anderen helpen binnen te gaan in Gods geheim, zodat ze Gods onmiddellijke nabijheid niet verdringen, maar duidelijk ervaren en aanvaarden. Niet dat ieder van jullie op deze manier Geestelijke Oefeningen zou kunnen of moeten geven : niet ieder van jullie hoeft zich in te beelden dat hij dat zou kunnen. Ik wil ook niets afdoen aan het belang van alle andere pastorale, wetenschappelijke en maatschappelijke taken, die jullie in de loop van je geschiedenis meenden te moeten uitproberen.
Maar dat alles moeten jullie eigenlijk zien als voorbereiding of als uitvloeisel van wat ook in de toekomst jullie uiteindelijke opdracht moet blijven : de mensen te helpen om tot een onmiddellijke ervaring van God te komen, zodat ze gaan beseffen dat het onbegrijpelijke dat wij God noemen, nabij is en aangesproken kan worden, en juist dan ons ten diepste thuis doet komen, als wij maar niet proberen er ons meester van te maken, maar ons er onvoorwaardelijk aan overgeven. Jullie moeten alles wat jullie doen, steeds weer toetsten aan de vraag of dit doel ermee gediend wordt. Als dat het geval is, heb ik er geen bezwaar tegen dat iemand van jullie die bioloog is, ook nog een studie maakt van het zieleleven van de kakkerlak. »
Reacties